De opmerkelijke ontstaansovereenkomst tussen Liverpool en Chelsea

Gisteren stonden Liverpool en Chelsea tegenover elkaar op Anfield. De titelkandidaten hebben een opvallende ontstaansgescheidenis gemeen.

We schrijven 1892. Op Anfield speelt het dan 8 acht jaar eerder opgerichte Everton zijn thuiswedstrijden toter onenigheid ontstaat over de huur van het stadion. De oprichter van de club John Houlding krijgt ruzie met de overige bestuursleden over de pacht die de Toffees betalen aan landeigenaar John Orell, een vriend van Houlding. De ruzie tussen de zakenman die fortuin heeft gemaakt met zijn brouwerij, loopt zo hoog op dat de andere bestuursleden besluiten een stuk land te kopen om daar een eigen stadion op te bouwen. Nog hetzelfde jaar wordt Goodison Park geopend. Anfield blijft zonder bespeler achter. Dat is voor Houlding het sein om dan nog maar een voetbalclub op te richten: Liverpool FC.

Stamford Bridge, de thuishaven van Chelsea, wordt op 28 april 1877 geopend als atletiekstadion. Dat zou het tot 1904 blijven tot de broers Gus en Joe Mears het stadion kopen en er een voetbalclub in willen laten spelen. Fulham dat al in de buurt van het stadion speelde, wordt door de mannen benaderd. De Cottagers bedanken voor de eer waarna de broers besluiten dan maar zelf een club te laten oprichten. Dat wordt Chelsea, zodat ook The Blues hun bestaan danken aan het stadion waar ze tot op de dag van vandaag in spelen.

 

NB: Stamford Bridge is overigens ook de plaats waar twee jaar lang de FA Cup-finale wordt gespeeld totdat in 1923 Wembley in gebruik wordt genomen: de bekende White Horse Cup Final, vandaag op de kop af 91 jaar geleden.

Vervlogen tijden in Mechelen-Noord

13669780215_c001ee4e6d_c

In Mechelen-Noord liggen twee juweeltjes op slechts anderhalve kilometer van elkaar: Achter de Kazerne van KV Mechelen en het Oscar Vankesbeeck-stadion van Racing Mechelen. Stadions waar de moderne tijd grotendeels aan voorbij lijkt te zijn getrokken. Lijkt, want vanaf dit seizoen worden beide stadions grondig vernieuwbouwd. Hoog tijd voor een terugkeer naar de stad van de Maneblussers.

Het is juli 1904 als in de gevangenis van Mechelen het idee wordt geboren om een voetbalclub op te richten. René Grombeer, zoon van de gevangenisdirecteur, komt er regelmatig met zijn drie schoolvrienden een balletje trappen op de binnenplaats. Tijdens een van deze partijtjes ontstaat het idee voor Racing Club de Malines (naar de hoofdstedelijke voetbalclub). De gevangenisdirecteur ondersteunt het initiatief meteen, niet in de laatste plaats om de vele ruiten die inmiddels zijn gesneuveld. De club kan op een militair terrein elders in de stad terecht om te trainen. Racing kan voor wedstrijden terecht op het langs het spoor gelegen Kauwendal: een geste van de Football Club Malinois (het latere KV Mechelen) die rond dezelfde periode is opgericht. Op 20 april 1905 speelt d’n Racing z’n eerste wedstrijd officiële wedstrijd. Het Antwerpse ‘Instituut Rachez’ is veel te sterk (9-0) maar het debuut smaakt naar meer.

Een 18-jarige voorzitter
Inmiddels is een zekere Oscar Vankesbeeck tot de club toegelaten. Hij heeft de naam een lastpak te zijn maar die reputatie weerhoudt hem er niet van om op 19 juni 1905 als 18-jarige tot voorzitter te worden gekozen. Als de Belgische spoorwegen het terrein opeisen, vertrekt de club later dat jaar naar een terrein aan de Slachthuisvest. In 1906 sluit de club zich aan bij de Belgische voetbalbond. Het blijft daarmee de stadgenoot nét voor: Racing dat inmiddels ook de clubkleuren van blauw-wit naar groen-wit heeft veranderd, krijgt stamnummer 24 terwijl Malinwa onder nummer 25 wordt ingeschreven.

Hooligans
Na een paar jaar aan de Slachthuisvest volgt in 1909 een nieuwe verhuizing. Aan de Oude Liersebaan promoveert Racing voor het eerst naar de hoogste afdeling. In die jaren bouwt de achterban van de club een bedenkelijke reputatie op. Regelmatig reageren de supporters na een verliespartij hun woede af op de scheidsrechter of de tegenstander. In 1912 loopt het tegen Leopold zo uit de hand dat de bond ingrijpt. De helft van de spelers wordt geschorst en een 1 meter 60 hoge afrastering moet voorkomen dat hooligans nog langer het veld op kunnen. Het is niet geheel ondenkbaar dat de nobele kunst van het hekkenhangen in die periode werd geïntroduceerd en zodoende dus al meer dan een eeuw oud is.

Een eigen stadion voor de Koninklijke
In 1918 volgt een volgende gedwongen verhuis. De club kan weer aan het Slachthuisvest terecht. Daar blijft het tot 1923. In de tussentijd heeft Racing grond aangekocht aan de Antwerpsesteenweg. Op die plaats bouwt de club een eigen stadion dat plaats beidt aan 10.000 toeschouwers. Een grote eretribune voorzien van paddock en staantribunes langs de overige zijden van het veld zorgen ervoor dat de club een voornaam onderkomen krijgt dat past bij de Koninklijke titel die het vanaf 1929 mag dragen. Een aantal jaren later viert de ploeg zijn grootste successen totnogtoe. De ploeg wordt tot twee keer (1929 en 1930) toe 3e op de hoogste niveau.

Concentratiekamp
In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog glijdt de club langzaam af. De club die de naam heeft vervlaamst tot Racing Club Mechelen Koninklijke Maatschappij, raakt een deel van zijn selectie kwijt. Een aantal spelers wordt door de bezetter te werk gesteld in Duitsland. Ook voorzitter Van Kesbeeck ontkomt niet aan de macht van de bezetter. De voorzitter is inmiddels naast bondsvoorzitter ook voorman van de Liberale Partij geworden, verzet zich tegen de bezetting en staat om die reden hoog op het lijstje van de Gestapo. In 1942 wordt hij naar het concentratiekamp Breendonk afgevoerd. Hoewel hij de mishandelingen in het kamp overleeft, bezwijkt hij in februari 1943 alsnog aan de martelpraktijken van de Duitsers. Zijn begrafenis wordt door veel prominente Belgen aangegrepen om hun weerzin tegen de bezetter te tonen.

Bloeiperiode onder De Saedeleer
Twee jaar na de oorlog wordt de club weer zwaar getroffen. Dit keer is het de eretribune die inclusief het complete archief tot as wordt gereduceerd. De club blijkt echter als een phoenix te herrijzen. Er wordt een nieuwe –redelijk identieke – tribune gebouwd en onder leiding van een jonge Rik de Saedeleer die later furore maakt als tv-commentator, eindigt de club in 1950 en 1951 weer als derde om in 1952 zelfs tweede te worden. Ook de bekerfinale wordt in 1954 bereikt maar ook hier grijpt de club naast een prijs. Het verval zet in en de club zakt onder de naam Koninklijke Racing Mechelen, af.

Natuurlijke habitat
De club speelt de meeste tijd in de Tweede en Derde Klasse, hooguit onderbroken door een paar promoties naar het hoogste podium. Daar verdween de club meestal na een jaar weer van het toneel. Ondertussen werden delen van het stadion afgebroken danwel verbouwd om zo de grond te kunnen verkopen om de club weer eens te behoeden van een faillissement. De Tweede Klasse lijkt ook vandaag de dag de natuurlijke habitat van de groen-witten. De promotie van dit jaar –die voorafgaand aan derby tegen Rupel Boom al was behaald, brengt de club dus weer terug waar het hoort. Al blijft het sappelen aan de Antwerpsesteenweg waar Oscar Vankesbeeck postuum naamgever van het stadion is geworden.

Vervlogen tijden
De geluiden rondom een verhuis waarbij de stadion en de gronden eromheen zouden worden verkocht, werden eind 2013 eindelijk door het bestuur de kop ingedrukt. Op een Bijzondere Algemene Vergadering werd bekendgemaakt dat het Oscar van Kesbeeck-stadion wordt verbouwd. De elegante hoofdtribune wordt daarbij als eerst onder handen genomen aangezien deze uit veiligheidsoverwegingen al voor de helft afgesloten is voor het publiek. Het is te hopen dat het overige werk op zich laat wachten, want het stadion ademt vervlogen tijden. Maar bovenal is het hopen dat de nieuwe tribune weer opvallend veel weg heeft van zijn voorganger en weer een nieuwe succesperiode inleidt.

 

 

This slideshow requires JavaScript.

 

De Karaiskakis-tragedie

Photokudos @TerraceLife_
Photokudos @TerraceLife_

Gisteravond hing bij Manchester United-Olympiakos het bovenstaande spandoek in het uitvak. De twee getallen op het doek verwijzen naar twee stadionrampen die in de jaren ’80 plaatsvonden. De ‘96’ is bij iedereen wel bekend: die staat voor de Liverpool-supporters die stierven op  Hillsborough op die inktzwarte aprildag  in 1989. De ‘21’ staan voor de ramp die plaatsvond in het Karaiskakis-stadion van Olympiakos.

Het is 8 februari 1981. Olympiakos heeft zojuist met maar liefst 6-0 gewonnen van AEK en de opgetogen supporters van de thuisploeg banen zich vlug een weg naar buiten om de overwinning op straat te kunnen vieren. De uitgang van Gate 7 waar een groot deel van de supporters zit, wordt echter voor een deel geblokkeerd omdat een toegangsdeur niet helemaal open kan. Daardoor ontstaan er onderaan de trappen opstoppingen. Van bovenaf stromen blijven maar supporters het trappenhuis instromen, waardoor de mensen beneden in de verdrukking raken. Als er een aantal supporters ten val komt door de druk van bovenaf, storten supporters over elkaar naar beneden. In de chaos die volgt worden de supporters die beneden bekneld zijn geraakt, vertrapt en verstikt. 21 veelal jonge supporters komen om en tientallen supporters raken gewond.

Ieder jaar wordt op 8 februari een herdenkingsbijeenkomst gehouden in het stadion en bij het monument dat er net buiten ligt. Daar zijn jaarlijks duizenden supporters aanwezig waarvan een groot deel uiteraard Olympiakos-supporter is maar ook supporters vanuit heel Griekenland komen op die dag de ramp herdenken. Daarnaast komen er regelmatig supporters vanuit het buitenland naar het stadion. Zo is er een aantal keer een delegatie van Liverpool aanwezig geweest bij de bijeenkomst en zijn supporters van de Griekse club op Anfield geweest.

Van de rampplek is weinig meer te zien. Het stadion werd in 2004 volledig verbouwd waardoor de oude indeling verdween. Gate 7 dat na de ramp de naamgever van de grootste supportersgroep is geworden, is een monument op zich geworden: tussen alle rode stoelen vormen 21 zwarte stoelen het getal 7.

Stadionetymologie: The Hawthorns

501px-West_Bromwich_Albion.svgIn een tijd waarin stadion- en tribunenamen steeds vaker verkocht worden, zijn stadions waarvan de naam direct herinnert aan (het verleden van) de club een verademing. Neem bijvoorbeeld West Bromwich Albion waar de stadionnaam zelfs werd verwerkt in het clublogo.

Het is eind 1899 als er aan het zwervende bestaan van West Bromwich Albion een eind komt. Sinds de oprichting in 1878 heeft de club al vijf terreinen versleten. Albion snakt dus naar een vaste thuishaven die aan de rand van West Bromwich moet verrijzen. Op 1 september 1900 wordt het nieuwe onderkomen geopend met een wedstrijd tegen Derby County (1-1). Aangezien de lap grond waar het stadion op is gebouwd, ooit vol stond met meidoorns (hawthorns) ligt de naam voor het stadion al snel vast. Het is echter niet de enige reden waarom The Hawthorns zo treffend gekozen is.

De meidoorn is namelijk een boom waarin de zanglijster zich op zijn gemak voelt en laat het nu net die vogel zijn die als symbool voor de club geldt. Dat zit zo. In die jaren was het door het ontbreken van kleedkamers niet ongebruikelijk dat spelers zich bijvoorbeeld in een pub omkleedden (zie bijvoorbeeld Brentford). In de kroeg waar de WBA-spelers zich hun wedstrijdtenue aantrokken, werd een lijster als ‘huisdier’ gehouden. De gekooide ‘song thrush’ (of ‘throstle’ in het plaatselijke dialect) wordt de mascotte voor de club en vormt –zittend op een doellat- het centrale element van het clublogo. Het levert de ploeg de –inmiddels in vergetelheid geraakte- bijnaam de Throstles op. De verhuizing naar de Hawthorns zorgt ervoor dat de doellat wordt vervangen door een tak van een meidoorn zodat het logo op meerdere manieren verwijst naar de geschiedenis van de club.

De traditie rondom de gekooide lijster die alleen bij winst van Albion zou zingen, wordt overigens in de jaren ’30 beëindigd. In de jaren ’70 keert de vogel terug in het stadion maar van geen ‘sing when you’re winning’ is nu geen sprake meer. Tot op de dag van vandaag worden de verrichtingen van WBA trouw gade geslagen door een lijster van hout.

536px-Throstle_at_the_Hawthorns
bron: wikipedia.org

De ramp in Burnden Park

Iedereen kent ‘Hillsborough‘, ‘Ibrox‘ en ‘Bradford‘ maar in dit rijtje Britse stadiontragedies wordt Burnden Park nog wel eens vergeten. In het stadion van Bolton Wanderers vindt op 9 maart 1946 de tot dan toe grootste ramp in het Britse voetbal plaats.

Ruim voor het begin van de wedstrijd tussen Bolton Wanderers en Stoke City puilt Burnden Park al uit.  Het is de terugwedstrijd in de kwartfinale van de FA Cup. Bolton heeft de eerste wedstrijd –omdat de competitie nog stil ligt, kregen clubs zo de gelegenheid zo via het bekertoernooi nog wat extra inkomsten te generen- met 0-2 gewonnen. De halve finale lonkt en aangezien er zo vlak na de oorlog niet veel te beleven valt, loopt Bolton en omgeving uit voor deze wedstrijd.

Het stadion is echter niet berekend op de grote toestroom. De Burnden Stand is nog altijd in gebruik door het ministerie van Bevoorrading dat het Britse leger van materiaal voorziet.  Daardoor is de tribune en de toegang ertoe afgesloten.  Toeschouwers die plaats willen nemen op de Burnden paddock moeten via een andere ingang het stadion in. Ook in de andere hoek van de tribune zijn de turnstiles gesloten waardoor er een grote druk ontstaat op de ingang bij de Railway End. Deze staantribune wordt overspoeld en tegen de tijd dat de toegangspoortjes worden gesloten, is de tribune al overbevolkt.

burnden2
Vrouwen en kinderen worden over de hoofden van de mensen heen in veiligheid gebracht (bron: bbc.co.uk/stoke)

Duizenden mensen staan nog buiten het stadion en naar huis gaan is voor velen geen optie. Terwijl de wedstrijd al begonnen is, proberen velen op verschillende manier alsnog binnen te komen. De toestroom van deze mensen bovenaan de tribune, zorgt voor nog meer druk op de mensen die lager op de tribune staan. Deze zee van mensen golft op en neer totdat twee crush barriers het begeven met een menselijke lawine tot gevolg.

BurndenPark3
De doden werden langs het veld gelegd, afgedekt met jassen (foto is afkomstig van http://www.boltonrevisited.org.uk)

De mensenmassa stroomt het veld op waardoor de wedstrijd moet worden stilgelegd. Als de politie alle supporters weer buiten de krijtlijnen heeft gewerkt, wordt het spel hervat totdat de autoriteiten de aard en de omvang van de ramp inzien. De wedstrijd wordt tijdelijk gestaakt zodat er ruimte kan worden gemaakt om de gewonden af te voeren. De dodelijke slachtoffers worden – afgedekt met jassen- langs het veld neergelegd. Om te voorkomen dat ze in het veld liggen, wordt met zaagsel nieuwe lijnen getrokken. De wedstrijd móet doorgaan. De spelers zelf hebben wel door dat er iets mis is, maar hebben –net als veel supporters- geen idee wat er nu precies is gebeurd. Stanley Matthews zou daarover later het volgende zeggen:

“In our dressing-room again we heard more rumours about the increasing number of casualties. Yet it was not until I was motoring home that evening that the shadow of the grim disaster descended on me like a storm-cloud.”

Uiteindelijk komt het dodental uit op 33 en zijn meer dan vierhonderd mensen gewond geraakt.  Oud-parlementariër Moelwyn Hughes concludeert in het onderzoek dat volgt, dat ongelukken als bij Bolton onvermijdelijk zijn zolang clubs en autoriteiten er niet in slagen de bezoekersstromen te controleren. Hij pleit onder anderen voor een maximumcapaciteit en verscherpte toegangscontroles zodat tribunes niet overvol kunnen raken. Een aantal aanbevelingen wordt overgenomen maar tot een sterk verbeterd beleid komt het niet waardoor het eigenlijk wachten is op de volgende ramp.

Burnden Park wordt in 1997 verlaten voor een nieuw stadion. Het legendarische Burnden Park dat uit 1895 stamt, wordt twee jaar later gesloopt. In 2000 wordt bij de supermarkt die op de plaats van het stadion is gebouwd, een monument onthuld ter nagedachtenis aan de ramp.

Zwartkijken bij de Pinguins

VUC_HvH

Glippers bij de Haagse Voorwaarts Utile Dulci Combinatie (VUC). In de jaren vroegâh stond het aan de Schenkkade niet alleen rondom het veld zwart van de mensen. Ook het hoger gelegen treinstation bood een perfect uitzicht op het veld van de Pinguins zodat veel mensen op wedstrijddagen een zogeheten perronkaartje aanschaften. Voor een kwartje kocht je daarmee niet alleen toegang tot het perron (bijvoorbeeld om iemand uit te zwaaien of op te halen) maar was je ook meteen verzekerd van een staanplaats op ‘de tweede ring’.

NB  Zowel het perronkaartje als het terrein Schenkkade bestaan niet meer.  Eind jaren ’60 werd het kaartje afgeschaft en verhuisde VUC in 1969 naar het huidige terrein aan het Kleine Loo.

(met dank aan de Haagse Voetbalhistorie en ADOfans )

B staat voor..

Het moest er eens van komen dat we er naar toe zouden gaan: Griffin Park. Afgelopen zaterdag was het zo ver en de omstandigheden konden niet beter zijn. Waar Engeland de afgelopen weken het nodige hemelwater te verstouwen kreeg, was ons een lentedag voorspeld en ook aan de inzet van deze pot zou het niet liggen. Brentford zou als lijstaanvoerder Wolverhampton Wanderers ontvangen en aangezien de Wolves echter op slechts een punt van de Bees stonden, stond ook nog eens de koppositie in League One op het spel. Er zijn stadions voor minder bezocht. Oh, en er was iets met de letter B die staat voor..

Bier
Griffin Park is wat je met goed fatsoen ‘a proper football ground’ kunt noemen. Het stadion ligt ingeklemd tussen vier straten waar op elke hoek een pub te vinden is om je bezoek aan West Londen verder te veraangenamen. Uiteraard heeft elke kroeg een of meerdere bieren van Füllers op de tap. De brouwerij is sinds 1845 niet weg te denken uit dit deel van de stad en is indirect de naamgever van het stadion, al verschillen daarover de lezingen.

Brouwerij
Het stadion is namelijk in 1904 gebouwd op wat ooit een boomgaard was van de brouwerij Fullers. Om recht te doen aan de geschiedenis besloot de club de griffioen uit het logo van de brouwer te gebruiken als naamgever.

Bar
De ander gaat uit van de bar waar de spelers zich omkleedden toen er nog kleedkamers waren gebouwd. Deze kroeg droeg de naam The Griffin PH en blijkbaar beviel die naam goed. Deze uitleg sluit overigens goed aan bij de plaats die de pub inneemt in de historie van Brentford. Het was namelijk in de Oxford and Cambridge pub waar in 1889 werd besloten tot de oprichting van de club.

Brentford
Onlangs kregen de bouwplannen voor het nieuwe stadion groen licht. Het nieuwe onderkomen dat plaats biedt aan 20.000 toeschouwers en in 2016 opent, wordt gebouwd op Lionel Road. Dat ligt een paar kilometer van het huidige stadion en brengt de club weer dichtbij de plaats waar de eerste paar jaar na de oprichting werd gespeeld. De club blijft daarmee gewoon in Brentford.

Bees
In het logo van de club zijn twee bijen te zien maar deze bijnaam berust eigenlijk op een misverstand. Rond 1893 kwam de kreet “Buck up Bs” in zwang. De studenten die hiermee waren begonnen refereerden met de B aan de spelers van Brentford maar het werd opgepakt als Bees. Blijkbaar beviel dat ook waardoor tot op de dag van vandaag deze bijnaam wordt gehanteerd.

Beatles
Zoals bij veel Engelse clubs hebben ook de supporters van Brentford een nummer in de arm gesloten dat altijd rond en tijdens wedstrijden is te horen. Die van de Bees is Hey Jude van The Beatles.

Burenruzie
Hoewel Chelsea geldt als een grote naam in West-Londen, zijn het twee andere clubs die gelden als rivalen van Brentford: Queens Park Rangers (QPR) en Fulham. Met een beetje geluk wordt de Championship het komende seizoen nog een stuk interessanter. Met een eventuele promotie van Brentford, een degradatie van Fulham uit de Premier League en een QPR dat er niet in slaagt promotie af te dwingen, komt er maar liefst twaalf interessante burenruzies bij.

Banter
Ongetwijfeld zul je dan ook de nodige banter horen waar vooral Engelse fans patent op lijken te hebben. De mooiste van afgelopen zaterdag was die waarop de Wolves na de 0-3 overwinning hun verovering van de koppositie bezingen: “You were top of the league but you fucked it up”. De harde kern van de Bees pareren direct: “You were Premier League but you fucked it up”.

Buitencategorie
Griffin Park is misschien niet het mooiste stadion in Engeland maar het stadionnetje blijft er voor mij in de buitencategorie. De vier verschillende tribunes, de vier pubs, de vriendelijke mensen bij de club en de supporters. Het zijn stuk voor stuk ingrediënten die het gerecht Brentford zo bijzonder goed laten smaken en waar je maar geen genoeg van krijgt. B zou dus evengoed ook nog kunnen staan voor Bijzonder of Bindend Bezoekadvies.

This slideshow requires JavaScript.

De terugkeer van de terraces?

Fotokudos FSF

Goed nieuws vanuit Bristol. Deze week maakte Bristol City bekend dat het in het vernieuwde Ashton Gate zogenaamde rail seats wil laten installeren. Daarmee is het mogelijk zittribunes om te toveren tot staantribunes –en omgekeerd. Bij de presentatie van de plannen lichtte de club alvast een tipje van de sluier op: een deel van een tribune bleek namelijk al uitgerust te zijn met deze rail seats. De club hoopt nu toestemming van de autoriteiten om het systeem op grotere schaal toe te passen. De Robins zouden daarmee de primeur hebben in Engeland én de Britse campagne Safe Standing voorzien van een flinke impuls.

Uitstervend ras
Staantribunes zijn sinds ‘Hillsborough’ een uitstervend ras aan de overkant van de plas. In de Premiership zijn ze verboden. In de Championship krijgen clubs die nog staantribunes hebben in hun stadion hooguit drie jaar dispensatie (op dit moment geldt dat bijvoorbeeld voor Yeovil Town) terwijl nieuwe stadions in de lagere regionen steeds vaker uit alleen zittribunes bestaan.

Stadionverboden
Terwijl de ‘terrraces’ steeds vaker verdwijnen wordt de roep om de terugkeer ervan, steeds luider. Of het nu gaat om supporters van Chelsea, Man U of Fulham gaat; onder supporters bestaat een toenemende en duidelijke wens van supporters om op z’n minst te kunnen kiezen tussen staan of zitten. Op dit moment staan veel fanatieke fans op, tussen of voor de stoeltjes waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Ook ontstaat er regelmatig irritatie bij mensen die liever zitten en heeft het gebrek aan staanplaatsen al de nodige stadionverboden opgeleverd. Dat moet en kan anders, aldus de Football Supporters’ Federation (FSF).

Veilige staantribunes
Aangezien de autoriteiten en de clubs altijd hameren op het veiligheidsaspect, wil de FSF met de campagne Safe Standing aantonen dat staantribunes wel degelijk veilig kunnen zijn. De supportersfederatie hoopt dat er zo groen licht komt voor demonstratieprojecten in de twee hoogste divisies.

Gelbe Wand als zittribune
Met de zogenaamde rail seats is het volgens de FSF mogelijk om veilige staantribunes te creëren. Daarbij wordt vaak verwezen naar landen als Duitsland, Oostenrijk en Zweden waar grote delen van tribunes met dit systeem zijn uitgerust en de autoriteiten erkennen dat deze tribunes voldoen aan de veiligheidsvoorschriften. De constructie zorgt er bijvoorbeeld voor dat supporters geen rijen naar beneden kunnen vallen zoals op de ouderwetse staantribunes het geval was. Ook is het vrij eenvoudig om van een staanplaats een zitplaats te maken. Zo wordt bijvoorbeeld de Gelbe Wand van Borussia Dortmund voor Champions League-wedstrijden omgebouwd tot zittribune zodat het stadion aan de UEFA-criteria voldoet.

Win-win
Het Safe Standing-mes snijdt aan twee kanten want ook de clubs spinnen garen bij deze nieuwe staantribunes. De stadioncapaciteit gaat immers flink omhoog en hoewel staanplaatsen in de regel goedkoper zijn, nemen de recettes toe. Om nog maar te zwijgen van de extra inkomsten uit de verkoop van stadionvoer en clubartikelen. Een win-win situatie dus.

Getest op rugbyfans
Dat staantribunes veilig kunnen zijn, is inmiddels ook bij de Football League doorgedrongen. Vorige week maakte het orgaan bekend dat het -met steun van een grote meerderheid van de achterban- ook een lobby start bij de overheid voor de introductie van ‘safe standing’. Daar kunnen de plannen van Bristol City een belangrijke rol bij spelen. Als de plannen worden goedgekeurd dan kunnen de rail seats worden getest op de rugbyfans van Bristol Rugby dat na dit seizoen intrekt bij Bristol City. Bij rugby zijn de regels met betrekking tot staan veel soepeler. De club en de FSF hopen dat het initiatief vervolgens de overheid over de streep trekt. En zo niet, dan zullen ze het er zeker niet bij laten zitten.

 Dit artikel verscheen eerder op het onvolprezen In de Hekken