
Glippers en een mascotte die Elvis Gresley heet. Veel beter dan dit kon het afgelopen zaterdag niet worden bij Non-League Gresley FC.
(later meer)

Glippers en een mascotte die Elvis Gresley heet. Veel beter dan dit kon het afgelopen zaterdag niet worden bij Non-League Gresley FC.
(later meer)

Hij heeft een goede pen, een oog voor detail en een zwak voor vervallen stadions. Voor de vrienden van In de Hekken levert deze Bredase voetbalromanticus met de regelmaat van een antieke klok de ene na de andere Vergane Glorie af. Over stadions die lang vervlogen tijden ademen. Tijden waarin het moderne voetbal iets van de toekomst was. Laat staan dat je er tegen kon zijn.
Tijden die het verval en de verhalen hebben voortgebracht die door hem zijn opgetekend tijdens zijn bezoeken aan Stade Buraufosse, de Kraal, Stade du Pairay en al die andere juweeltjes van stadions. En die weer juweeltjes van artikelen opleverden. Reden genoeg voor Michel van Egmond om voor zijn VI-kroniek Balverliefd een dag op te trekken met Martijn Mureau.
Vorige week te lezen in de papieren VI, vanaf vandaag ook op Stadiongebod (deel 1, 2 en 3). “Weet je wat het is? Ik heb een nogal levendige fantasie.”

Op 20 augustus zou de Primera Division van start gaan maar de spelersstaking heeft daar echter een streep door gezet. Jammer, want de Spaanse KNVB had op die allereerste speeldag een droomaffiche gepland: de immer beladen derby Real Betis-Sevilla FC. Een wedstrijd die de Andalusische hoofdstad al wekenlang in zijn greep houdt en waarvan tot voor kort nog werd gevreesd dat die nooit meer zou worden gespeeld.
Een snikhete zaterdag in mei. Terwijl de temperatuur buiten is opgelopen tot een krappe veertig graden brengt een minstens zo hete Sevillaanse stadsbus me naar het oosten van de stad. Ik ben op weg naar het Estadio Benito Villamarin, thuishaven van Real Betis de Balompie (Betis voor intimi en naar de Romeinse naam voor de Gualdalquivir die door de stad stroomt). Vooraf hoopte ik nog dat ik mezelf had uitgenodigd voor het kampioensfeestje van de club, maar omdat de concurrentie de week ervoor weigerde mee te werken laat dat partijtje tenminste nog een week op zich wachten. De stemming zit er evengoed goed in. Tegenstander Huesca wordt eenvoudig opzij gezet en de supporters nemen een luidruchtig voorschot op de titel. 35.000 in totaal wat het een behoorlijke opkomst maakt voor een wedstrijd in de tweede divisie. Toegegeven, het gereduceerde tarief waarmee seizoenkaarthouders extra kaarten kunnen aanschaffen, speelt vast mee maar duidelijk is dat Real Betis leeft. En dat voor een ploeg die zo’n anderhalf eerder op sterven na dood was.
Het zijn de late ’90 van de vorige eeuw als het bestuur van Real Betis zijn toekomstplannen ontvouwt. De club moet, na ontsnapt te zijn aan een faillissement, binnen een paar jaar naar de Spaanse top. Om dat te bereiken wordt er fors geïnvesteerd. Niet alleen in spelers (zoals de Brazilaan Denilson die in 1998 voor 32 miljoen euro tijdelijk de duurste speler ter wereld wordt) maar ook in het verouderde stadion. Net als Camp Nou en het Santiago de Bernabeu moet het stadion drie ringen krijgen en een capaciteit die kan oplopen tot boven de 70.000 plaatsen. President Ruiz de Lopera, architect van huis uit, tekent zelf voor het technische deel van het ontwerp.
Ruim tien jaar later staat de club opnieuw aan de rand aan de afgrond. Het beleid van Ruiz de Lopera die ironisch genoeg degene was die de club begin jaren ’90 redde van een faillissement, heeft niet meer opgeleverd dan een aantal subtopnoteringen, een Copa del Rey (2005) en een stadion dat slechts voor de helft is gerenoveerd. De Noord- en Oost-tribune zijn rond de eeuwwisseling inderdaad geheel volgens plan vernieuwd en strekken zich over drie niveaus uit maar eindigen in het niets. De Oost-tribune houdt op te bestaan bij een hekwerk dat moet voorkomen dat supporters van een, twee of drie hoog naar beneden vallen. Het betonnen en de uitstekende vlechten wekken het idee dat de bouwvakkers hun werk uit hun handen hebben laten vallen toen bekend werd dat het geld bij de club op was.
Het stadion dat inmiddels luistert naar de naam Estadio Ruiz de Lopera, wordt zo onbedoeld symbolisch voor de club. Terwijl het er met het jaar desolater uitziet, heeft ook het sportieve verval zich langzaam ingezet. In 2009 degradeert de club. Zwarter kunnen de dagen voor de fans nauwelijks nog kleuren want terwijl Betis worstelt, rijgt stadgenoot Sevilla FC –waar Real Betis in 1907 uit voort is gekomen- de sportieve successen aaneen. Groen van jaloezie moeten de fans van Betis toekijken hoe hun rivalen onder anderen twee Europa Cups en aantal nationale bekerwinsten vieren.
Gelukkig besluit een aantal clubmensen dat Betis nooit verloren mag gaan en wordt de club die in 1935 voor de enige keer landskampioen werd, met hulp van buitenaf nieuw leven ingeblazen. Dit keer moet de weg naar boven op een verantwoorde wijze worden ingeslagen. Na een overgangsjaar lijkt dat te lukken. De meeste schulden zijn weggewerkt en de club is terug op het hoogste niveau waar het de competitie had mogen openen tegen de aartsrivaal. Een droomscenario dat zich zou hebben afgespeeld in het stadion dat inmiddels weer de naam heeft gekregen van Ruiz de Lopera’s voorganger.
Het stadion heeft dan nog steeds dezelfde trieste aanblik en de verwachting is dat dát nog wel even zo blijft. Geld voor de voltooiing is er niet en als er wel gelden beschikbaar zijn dan vloeit dat eerst terug naar de schuldeisers of wordt het in de selectie geinvesteerd. Real Betis is nog jaren veroordeeld tot het spelen in een stadion dat maar half af is en kan vooralsnog de stille wens koesteren dat het Estadio Benito Villamarin ooit nog wordt afgemaakt.
—
Fijnproeffeiten
Wedstrijd: Real Betis – Huesca (3-1)
Datum: 21 mei 2011
Stadion: Estadio Benito Villamarin (Sevilla, Spanje)
Naar goed mediterraan gebruik is slechts de eretribune overdekt en moet de warmte in het stadion toch echt van de zon en de supporters komen. Verder vooral veel beton, verkleurde stoeltjes en achterstallig onderhoud. De sfeer is wel goed. Opmerkelijk om te horen hoe de meegereisde Huesca-fans (vier in totaal) massaal worden toegezongen door het thuispubliek dat daarna massaal zwijgt om het gezongen dankwoord van de vier te kunnen horen waarna een daverend applaus volgt. Dergelijke vriendelijkheden zul je bij de derby niet zien. Dan is het oorlog op en rond het veld want de derby van Sevilla geldt als een van de meest beladen wedstrijden in Spanje.
Toeschouwers: 35.000
Toegangsprijs: Voor 30 euro heb je een kaartje voor de lange zijde, tweede ring.
Opvallend: In dit stadion werd de beruchte EK Kwalificatiewedstrijd Spanje-Malta (12-1) gespeeld. Hierin werkte Spanje onder verdachte omstandigheden zo hard aan zijn doelsaldo dat het zich koste van Nederland plaatste voor het EK in Frankrijk. Daar haalden de Spanjaarden uiteindelijk de finale die ze van het gastland verloren.
Winkelhaak, originally uploaded by stadiongebod.
Follow @stadiongebod
En nogmaals terug naar het Robert Waterschoot-stadion waar de kruising nog met recht een winkelhaak genoemd mag.

De stroomstoring op het moment dat we het uitvak van GSP Stadium mochten verlaten, zorgde ervoor dat de eerste ontmoeting met Omonia Nicosia in stijl werd afgesloten. Opnieuw konden we op zoek naar dat ene lichtpuntje.
De voortekenen leken gunstig. Op het eiland van Aphrodite moest de Europese odyssee een passend vervolg krijgen en omdat we daar sowieso bij moest zijn namen we –ondanks dat de return tegen FK Tauras nog moest plaatsvinden- het democratische besluit af te reizen naar Nicosia. Sterker nog, de vliegtickets en de hotelreservering waren eerder binnen dan een ticket voor de thuiswedstrijd tegen de Litouwers.
Vooraf hadden we deze keer wat meer tijd om de wedstrijd heen gepland zodat we in ieder geval Nicosia en Larnaca zouden kunnen doen. Nicosia om onder anderen de demarcatielijn te bezoeken die van de Cypriotische hoofdstad de laatste gedeelde stad maakt. Larnaca om de demarcatielijnen op onze armen en nek als gevolg van die trip door het zonovergoten Nicosia te laten vervagen op het strand.
Maar voordat er kon worden bijgekleurd, moest er nog een wedstrijd gespeeld. En dat ging anders gepland. Kwart over acht. In de veronderstelling dat de wedstrijd om 9 uur 30 begint, lopen we op ons elfendertigst het hotel uit voor een taxi richting het GSP Stadium. De chauffeur kijkt enigszins bedenkelijk als we instappen en onze bestemming doorgeven. Op de radio doet een verslaggever opgewonden verslag van een wedstrijd.
De laatste buitenwijken van de hoofdstad flitsen voorbij en zoals zoveel nieuwe stadions ligt ook dit complex liefdeloos weggestopt tussen de bedrijventerreinen die aan de snelweg kleven. Als we het stadion naderen en we de tribunes kunnen zien, lijkt het GSP al goed vol te zitten. Dat belooft nog wat.
Als de taxi vaart mindert voor de afslag, ontstaat een vocale strijd tussen radioverslaggever en de taxichauffeur. Beiden klinken verhit maar waar we van de verslaggever niet weten waarover hij zich opwindt, zien we dat bij de taxichauffeur wel. De afslag die we moeten hebben, is afgezet en voor ons doemt een file op. Als vanuit de auto het scorebord in het stadion zichtbaar wordt, wordt alles duidelijk.
De moeilijke blik en het opgewonden standje op de radio houden direct verband met wat daar verderop in het stadion gebeurt! Het stadion waar we dus blijkbaar al lang hadden moeten zijn als we nog even de moeite hadden genomen om het tijdstip nog eens te controleren op de wedstrijddag.
Gelukkig heeft de chauffeur door dat wij door hebben wat hij door moest hebben gehad toen we instapten en besluit -hopend op een extra fooi en biddend om de afwezigheid van een flitspaal- flink wat gas bij te geven en de vluchtstrook als privé rijbaan te gebruiken. Ondertussen probeert de chauffeur het verslag te voorzien van een enkele vertaalde zin waaruit we kunnen opmaken dat het nog altijd 0-0 staat.
Eenmaal uit de taxi blijkt het loket waar de kaartverkoop moest plaatsvinden, dicht. We proberen het bij de eretribune. In dit stadium maakt het ons al lang niet meer uit waar we in GSP terechtkomen. Als we maar binnenkomen. Gelukkig is de hoofdsteward die we tegen het lijf lopen, een man die direct de ernst van de situatie inziet. Twee supporters die meer dan 3000 kilometer hebben afgelegd om hun team te zien spelen en nu als gevolg van een verkeerde tijdsinschatting en een omlegging die van de infra rond het stadion een infarct heeft gemaakt, hun wedstrijd dreigen te missen.
Hij gebaart een oudere steward ons mee te nemen naar het uitvak en drukt ons op het hart dat we hoe dan ook binnenkomen en dat we ons vooral niet druk hoeven te maken om kaarten. Die hebben we niet nodig. Zo kan het dus ook. Het is weer eens wat anders dan de ‘kan niet – mag niet’-mentaliteit die we al zo vaak zijn tegengekomen. De senior leidt ons onder de tribunes door naar het uitvak. Na een kort onderhoud met een aantal ME’ers volgt de verlossende knik. Binnen twintig seconden staan we in het uitvak maar nog voor we het kunnen uitschreeuwen van vreugde, fluit de scheidsrechter voor een strafschop. Het stadion wordt bijkans afgebroken door de uitgelaten Omonia-aanhang.
Dat de strafschop onberispelijk binnen wordt geschoten, gaat bijna aan ons voorbij. Daarvoor heeft het ongeloof over het verloop van deze avond net even te lang geduurd. Pas na een minuut nemen we het stadion eens goed in ons op. Onze tribune achter het doel is met zo’n 250 supporters matig bezet terwijl de overige drie tribunes aardig vol zitten met doldwaze Cyprioten. Dit is de heksenketel die ons is beloofd.
Vanaf de overige drie tribunes wordt hartstochtelijk gezongen en gevloekt door het thuispubliek terwijl bij ieder balbezit van ADO de trommelvliezen worden geteisterd door striemende fluitconcerten. Hoewel de temperatuur is gezakt tot net boven de 25 graden, kookt door het fanatisme van de thuissupporters de heksenketel bijna over. De eretribune produceert een hoeveelheid decibellen waar een gemiddelde tribune in de eredivisie een voorbeeld aan kan nemen terwijl Gate 9 een muur van geluid optrekt. Op de lange zijde die met enige fantasie door kan gaan als gezinstribune, zijn vaders zich twee keer drie kwartier onbewust van hun voorbeeldfunctie terwijl hun kroost zich in diezelfde tijd ongestoord kan uitleven zonder enige ouderlijke correctie. Cyprioten zijn uiterst vriendelijk, behulpzaam en beschaafd maar dit is voetbal. En wij zijn de tegenstander.
Pas als de rust aanbreekt, keert ook de rust in het stadion even terug. Dat biedt ons even de gelegenheid om het elf jaar oude stadion eens goed in ons op te nemen. De eretribune met het golvende dak ziet er redelijk uniek uit. Iets wat van de drie overige tribunes nauwelijks kan worden gezegd. Die zijn naar goed mediterraan voorbeeld onoverdekt en ogen ondanks dat het stadion in 1999 is geopend, sleets.
Hoewel ADO goed begint aan de tweede helft en het publiek zo waar een toontje lager zingt, leidt een blunder van Coutinho de 2-0 in. Als even later een Cypriotisch zondagschot vanaf een meter of dertig de bovenhoek inzeilt, lijkt de tragedie compleet. Het blijft uiteindelijk bij 3-0 en is er zodoende nog een sprankje hoop. Terwijl we nog even worden vastgehouden in het vak, breken we ons hoofd over dat ene lichtpuntje. Totdat de stroomstoring ervoor zorgt dat we er letterlijk naar op zoek kunnen.
—
Voor de fijnproevers
Wedstrijd: Omonia Nicosia – ADO Den Haag 3-0 (derde voorronde Europa League)
Datum: 28 juli 2011
Stadion: GSP Stadium
Plaats: Nicosia (Cyprus)
Toeschouwers: 12.326
Opmerkelijk: Het GSP Stadium is ongetwijfeld het meest bespeelde stadion van Cyprus. Naast Omonia hebben ook APOEL Nicosia en Olympiakos Nicosia hier hun thuisbasis. Daarnaast speelt de nationale ploeg hier zijn wedstrijden en wijken Cypriotische clubs regelmatig uit naar dit stadion om hun internationale wedstrijden af te werken. Alsof dat nog niet genoeg is, was het stadion ook al een aantal keer de tijdelijke thuishaven voor ploegen uit Israël.

Op de hoek van de Lange Vijverberg met het Tournooiveld staat een appartementengebouw. Aan de gevel van het pand dat over de Haagse Hofvijver uitkijkt, prijkt een zonnewijzer met daarboven de tekst ‘tyd verglydt’. Treffender konden de weken tussen FC Groningen en FK Tauras niet worden beschreven. De tijd gleed werkelijk voorbij. Hij voer voorbij het lange seizoen en via de korte voorbereiding ongezien tot aan de 13e juli: de dag waarop je naar het Litouwse Kaunas zou afreizen. Ineens bleek de tyd niet meer te verglyden. De opwinding over je allereerste Europacuptrip zette een rem op de tijd en je slaap.
Voor de zoveelste keer gleed je over het internet om de bekende en minder bekende verhalen nog maar eens te lezen. De verhalen uit de oude doos. Over Ujpest Dozsa en Young Boys en –van nog dieper uit die doos- de legendarische wedstrijd tegen West Ham. De Europese honger die in Groningen werd gewekt, leek niet te stillen en hield je wakker. Wat nu zou komen, zou ooit ook zo’n verhaal worden. Wist je.
Uitwedstrijden –en met name die tegen rivaliserende ploegen- zijn bijzonder. Europese wedstrijden zijn uniek. Het is de uitvergroting van alle facetten die horen bij het achterna reizen van je eigen club. De reis die misschien wel meer de bestemming is dan de wedstrijd (waarbij je alleen kan hopen op die incidentele overwinning), de saamhorigheid en de sfeer. Maar ook de gezichten die je te lang niet of nooit eerder zag. De onderlinge verstandhouding verborgen in honderden woorden, een blik of een knik, zorgt ervoor dat je van elkaar weet wat het verhaal is. Awaydays².
Het is de ochtend na de nacht ervoor. Kaunas ken je inmiddels zo goed als het Zuiderpark. De voormalige hoofdstad van Litouwen had binnen een paar uur haar geheimen grotendeels prijsgegeven. Het tafelen, gestoeld op cultureel aperitief, legde de bodem waar tot je later die nacht zou gaan. Overal kwam je supporters tegen. Oude verhalen en nieuwe ervaringen werden uitgewisseld terwijl de drank in de historische binnenstad vloeide zoals alleen de Neris en Nemunas kunnen. De industriestad van weleer, was vannacht van ons.
Het grote plein in de oude stad waar het grote feest moet losbarsten, blijkt te groot voor de paar honderd supporters die er maximaal komen. De Haagse invasie verloopt kenmerkend: ongecoördineerd, ongepland en ongecompliceerd. Over de volle lengte van het plein naar het stadion dat op een heuvel ligt en de namen van Kaunas’ helden draagt, zitten honderden supporters verspreid over tientallen kroegen. Nog altijd druppelen er Hagenezen de stad binnen, terwijl de reeds aanwezigen op een alternatieve manier voor drooglegging willen zorgen. Het is ook erg dorstig weer. Dat moet gezegd.
Op de heuvel doemt tussen de bomen een stadion op zoals je dat hier verwacht. Een stadion, zo mooi afzichtelijk. Dit is Genieten. Dit is het gerecht dat er wél zo uitziet als op het plaatje. Onoverdekte tribunes van het betonste beton die slechts de helft van het veld omtrekken. Een sintelbaan waar ooit atleten excelleerden ter meerdere eer en glorie van de heilstaat. En een massief stenen scorebord waar op het digitale scherm de onvermijdelijke analoge klok de tijd verstrijkt. Hier zijn je sneakers niet langer retro.
Dit is wat je als supporter nooit meemaakte en dit is wat je vertelt aan diegenen die dit nooit mee hebben gemaakt. Zoals diegenen waarvan je weet dat ze er toen al bij waren –en dat nu weer zijn- dit vóór jou deden. Over vroegâh en hoe of het toen was. Veel van hen hebben –uit pedagogische overwegingen- hun eigen zoon meegenomen. Het is van de manieren waarop toen en nu verweven zijn in de deken van geluk die over het vak lijkt te liggen.
Tauras toont zich een goed gastheer in andermans huis en schenkt ons in blessuretijd de overwinning. Je ziet het nog net gebeuren terwijl je naar alles om je heen kijkt met de wens om nooit te vergeten. Niet te vergeten dat dit het avontuur is waarnaar je hebt toegeleefd de afgelopen weken. Vandaag leef je geschiedenis.
De winst van vandaag betekent de sluimerknop voor de Europese droom waar je nog even niet uit hoeft te ontwaken. ADO volente, want er moet thuis nog wel wat worden afgedwongen.
Dat is volgende week. Dit is nu. En nu wacht de stad. Weer.
Een verhaal uit de oude doos is in de maak.
—
Voor de fijnproevers
Wedstrijd: FK Tauras – ADO Den Haag 2-3 (tweede voorronde Europa League)
Datum: 14 juli 2011
Stadion: S. Dariaus ir S. Gireno Stadionas
Plaats: Kaunas (Litouwen)
Toeschouwers: 2000
Opmerkelijk: S. Dariaus was held van beroep. Naast hun historische vlucht was hij hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de bouw van dit stadion. Naast het locale FBK Kaunas speelt ook de nationale voetbalploeg in dit stadion.
Onder constructie, originally uploaded by stadiongebod.Niet dat er veel gebeurt aan het Estadio Benito Villamarin van Real Betis. Al jaren niet. Toen de helft van het stadion vernieuwd en uitgebreid was, bleken de euro’s op te zijn. Iets met geld en een balk en een put die geen bodem lijkt te hebben. Iets wat zich niet duidelijker laat uitdrukken dan op deze manier.
Echt moeilijk lijken ze er in Sevilla niet over te doen. Er is altijd weer een manana. En dan komt alles goed.

Het duurde maar liefst 24 jaar en de weg terug was lang en zwaar, maar eindelijk is Den Haag terug in Europa. Op 14 juli vindt de start van een –hopelijk even mooie als lange- Europese odyssee plaats in het Litouwse Kaunas. In het plaatselijke S. Dariaus ir S. Gireno Stadionas wacht het niet-plaatselijke FK Tauras als tegenstander. Stadiongebod blikt vooruit.
Het was even zoeken op de kaart toen het Litouwse FK Tauras uit de koker tevoorschijn kwam. De nummer vier uit de voorbije Litouwse competitie komt uit het provinciestadje Taurage dat in het westen van Litouwen ligt. De club die sinds de oprichting in 1922 al elf keer een naamswijziging onderging, werd een keer in haar bestaan kampioen. Dat was in 1987 toen het land onderdeel uitmaakte van de Sovjet Unie en de competitie vergelijkbaar was met die van Wales binnen het Verenigd Koninkrijk.
Omdat het eigen Vytautas stadion nauwelijks voldoet aan de normen (het complex met een capaciteit van 1600 plaatsen, telt welgeteld één tribune), wijkt de club –net als in eerdere Europese campagnes- uit naar de tweede stad van het land: Kaunas. Even buiten het centrum van deze voormalige hoofdstad, moet in het stadion van FBK Kaunas (-en dat van de nationale voetbalploeg) een goede uitgangsbasis voor de volgende ronde worden gelegd. Wat meteen al opvalt aan het stadion, is de naam. In een tijd waarin stadions steeds vaker worden voorzien van een sponsornaam, is het goed om te zien dat hier in Litouwen nog gewoon helden en/of historie worden vereerd met een stadion. Sterker nog, het stadion waar de FK naar uitwijkt is zelfs vernoemd naar twéé helden: Steponas Dariaus en Stasys Gireno.
Beiden groeiden onafhankelijk van elkaar op als emigranten in de Verenigde Staten waar ze tijdens de Eerste Wereldoorlog dienden in het leger. Dat hun levenslijnen zich later voor eeuwig bijeen zouden voegen, wist toen nog niemand. Gireno ging na een oneervol ontslag uit het leger aan de slag als taxichauffeur terwijl hij zich in zijn vrije tijd liet opleiden tot piloot. Zijn roeping leek gevonden want al snel mocht Gireno zijn aviatische kunsten in wedstrijdverband tonen en verruilde hij zijn taxi voor een carrière in de luchtvaart.
Ondertussen had ook Dariaus gekozen voor een luchtvaartcarrière. Na zijn terugkeer in Litouwen doorliep hij zijn pilotenopleiding terwijl hij zijn vrije tijd bewaarde voor zijn andere passie: sport. Dariaus was een sportfanaat die onder meer aan boksen, atletiek, basketbal en honkbal deed. Voor deze laatste twee sporten, waar hij ook een aantal boeken over publiceerde, verrichtte hij pionierswerk. Basketbal zou zelfs uitgroeien tot dé nationale sport van het land. Om de sportcultuur een impuls te geven, ijverde Dariaus voor de bouw van een stadion in Kaunas. Met succes, want in 1925 werd in de stad een multifunctioneel stadion geopend dat tal van sportclubs onderdak bood.
Een aantal jaren na de opening keerde Dariaus terug naar de VS. Ook hij vond een baan in de luchtvaart en kwam in contact met Gireno. Al snel bleek hun ambitie ze bijeen te brengen in één doel: ooit zouden ze de langste non-stop vlucht in de prille geschiedenis van de luchtvaart maken. Hun kans kwam, en sneller dan verwacht. In 1933 kregen ze de gelegenheid om hun vlucht maken. Naast de twee zou ook een lading luchtpost meereizen zodat de reis ook de boeken in kon als de eerste transatlantische luchtpostvlucht. Dat hun reis niet zonder gevaar was, voorvoelden beiden. In hun laatste brief schreven ze dat ongeacht het resultaat van hun onderneming er altijd iets waardevols voor de luchtvaart uit zou voortkomen.
Op 13 juli 1933 stegen de twee op vanaf New York voor een reis van 7186 kilometer maar door slechte weersomstandigheden werden ze gedwongen af te wijken van hun oorspronkelijke route. Of het onheil zich daarmee aandiende, is niet bekend maar de 25.000 Litouwers die op 15 juli in Kaunas op hun helden wachtten, wachtten tevergeefs. Het vliegtuig verongelukte op 650 km van de eindbestemming boven Duits grondgebied.
De twee werden postuum geëerd als helden van de nog jonge staat. Een status die met de bezetting door de Sovjets in 1939 en de daaropvolgende sovjetisering alleen maar toenam. Tegen de verdrukking in, bleven de twee levend in herinnering. Na de onafhankelijkheid in 1991 keerde de naam van het duo in razend tempo terug in straatnamen, bedrijfsnamen en instellingen. Het duo kreeg zelfs een plek op het 10 Litas-biljet.
Het wachten was op die ene plek waar in ieder geval de naam van Steponas Dariaus moest terugkeren. Aldus geschiedde. In 1993 werd het 9180 plekken tellende –en nog altijd multifunctionele- stadion van Kaunas hernoemd naar de mannen waar Kaunas 60 jaar eerder tevergeefs op wachtte.
Het is 29 mei 2011. Even na drie uur bevriest de collectief ingehouden adem van het publiek de tijd. De misser van Matavz rekt de stilte nog even, maar leidt dan een lokale en vocale aanval op de geluidsbarrière in als 1100 Hagenezen het uitschreeuwen. Na 24 jaar is Den Haag terug in Europa.
Het is de ultieme bekroning van een seizoen waarin alles uiteindelijk klopt. Een seizoen dat buiten mijn eigen club, ADO, al leidde langs Londen, Spakenburg, Düsseldorf, Sevilla, Berchem, Amsterdam en vele andere steden en dorpen. Een seizoen dat eindigde in Groningen en -met de kennis van nu- in Litouwen begint. De eerste buitenlandse groundhop van 2011-2012 is er één om mijn eigen club te zien met als inzet een plaats in de derde voorronde van de Europa League.
Die play-off finale was in veel meer opzichten een belevenis. Na de 5-1 inde heenwedstrijd leek de return in Groningen een formaliteit. Anderhalf uur plichtmatig ballen en dan de ultieme prijs in ontvangst nemen. Die wedstrijd zou –hoe kan het mooier- ook nog eens op eigen gelegenheid te bezoeken zijn. De lokale autoriteiten toonden ballen en zo kregen er een ouderwetse awayday bij die al zaterdagavond begon in de Martini-stad.
Na even snel aan een stevig fundament te hebben gewerkt bij de Döner King (aangeraden door de lokale studenten –en terecht), besloten we de kroeg in te duiken om die andere finale te bekijken. Terwijl Manchester figureerde, namen wij alle tijd om alle scenario’s voor een nakend Europees avontuur door te nemen. Natuurlijk zou het in die eerste voorronde een bezoek aan Borat worden. Dat stond gewoon vast. Supporter van Den Haag zijn, is naast een roeping ook een beproeving. Maar vanavond, of eigenlijk dit seizoen, dus even niet.
Terwijl we de plaatselijke horeca van een financiële impuls voorzagen, trokken met de uren ook alle wedstrijden van het voorbije seizoen voorbij. Een glansrijk seizoen dat de dag erop zou worden afgesloten met het mooist denkbare: Europees voetbal.
Uiteraard ging de wekker even meedogenloos als vroeg af en was het zaak om op tijd in Beilen te zijn voor de gebruikelijke georganiseerde chaos van het omwisselen. Een uur later reden we met kaarten voor het uitvak terug naar Groningen voor wat mijn eerste bezoek aan de stadion van de plaatselijke FC zou worden.
De Euroborg werd in 2006 geopend en had de weinig dankbare taak het illustere Oosterpark op te volgen als thuishaven van Grunn. Vijf jaar later is de herinnering aan het oude stadion in de gelijknamige volksbuurt nog altijd levendig, en is het nieuwe stadion een waardig vervanger gebleken. De Groene Kathedraal (een bijnaam die met verve wordt gedragen) krijgt alom goede pers.
Daar is overigens van de buitenkant niets van te merken. Als we het onvermijdelijke bedrijventerrein op worden geleid waar we worden geacht te parkeren, duikt er betonnen kolos op. Slechts de lichtinstallatie op het dak verraadt dat dit een voetbalstadion is en geen neo-stalinistisch kantoorgebouw. Na de hekken en de sluis volgen tig betonnen gangen en trappen die ons uiteindelijk bij het uitvak brengen dat hoog in een hoek van de tweede ring is weggestopt.
Het stadion mag er zijn. Compact met twee ringen en steile tribunes die strak aansluiten op het veld. Echt Engels heet dat te zijn. Het zorgt ervoor dat het Groningse publiek dicht op de huid van zijn helden -en zijn tegenstanders- zit waarmee de borg als moeilijk te nemen veste is verklaard. Ook de bijnaam laat zich makkelijk raden als het vele groen -overigens niet het FC Groningense groen- zich op je netvlies brandt. De Euroborg is hier de kerk waar om de zondag het evangelie van FC Groningen wordt gepredikt.
Vanuit het uitvak is het zicht op het veld redelijk goed. Daar doet de hoekligging en het onvermijdelijke net niet zoveel aan af. Het net dat over de volle breedte voor het vak hangt, blijkt overigens later die dag de Uitbundig Vieren-test met glans te doorstaan. Verder is er de gebruikelijke belediging die catering heet. In dat opzicht is er weinig bijzonders aan de Euroborg of het moet zijn dat het aanbod aan meuk wat groter is dan bij andere clubs.
Het wedstrijdverloop is bekend. Je kon er als supporter ook op wachten. De bekende beproeving maar dit keer met de ultieme verlossing. Terwijl het uitvak Europa viert -compleet met nethangers bij gebrek aan hekken- blijven de Groningen-supporters die stilaan in het ‘Wonder van de Euroborg’ waren gaan geloven, massaal in het stadion om hun club te bedanken. Zoals het hoort.
De reis terug is een roes.. Net als de huldiging. Aangenaam. Verdoofd. Maar allerminst van God los. Op het eerste bezoek aan de Groene Kathedraal rustte duidelijk een zegen.
—————————————
Voor de fijnproevers:
Stadion: Euroborg
Geopend: 13 januari 2006
Capaciteit: 22.579 zitplaatsen
Architect: Wiel Arets (Maastricht)
Opvallend: de Euroborg is ook interessant voor glippers. Vanuit de appartementen naast het stadion is er goed zicht op het veld en de tribunes.
Ook opvallend: FC Groningen bleef na de opening van de Euroborg ruim tien maanden ongeslagen. De eerste club die er met de winst vertrok, was ADO Den Haag (2-5 op 26 november 2006).

Men neme
Voeg de ingrediënten samen, laat het geheel rustig inwerken, voeg ondertussen wat vocht toe (bier is uitermate geschikt) en genieten maar.