
I’m forever blowing bubbles
Pretty bubbles in the air
They fly so high
They reach the sky
Then like my dreams they fade and die
Fortune’s always hiding
I’ve looked everywhere
I’m forever blowing bubbles
Pretty bubbles in the air.
Niet voor het eerst vanmiddag rolt het ‘Forever blowing bubbles’ van de tribunes van de Boleyn Ground. En zoals de dromen en zeepbellen uit het liedje, sterft ook het geluid langzaam weg in het applaus en gejuich als de herhaling van het openingsdoelpunt van Scott Parker wordt getoond. Hij heeft West Ham United zojuist op voorsprong geschoten tegen Liverpool en mede door zijn doelpunt boeken de Hammers een broodnodige thuisoverwinning (3-1).
De Boleyn Ground dus, naar het gebouw (Green Street House) en de opstallen die West Ham ooit pachtte. Het imposante gebouw behoorde waarschijnlijk ooit toe aan Anne Boleyn, de vrouw van Hendrik VIII en koningin van Engeland van 1533 tot 1536. Het indrukwekkende huis werd in de volksmond de Boleyn Castle genoemd en zo kwam het stadion aan zijn naam –en de gekunstelde kantelen aan de voorkant ervan. Diezelfde volksmond veranderde de naam van het stadion vervolgens in Upton Park, naar de wijk waarin het stadion ligt. Tot op de dag van vandaag is dat ook de meest gangbare naam voor het stadion.
West Ham werd opgericht in 1895 als Thames Ironworks FC en kwam net als aartsrivaal Millwall voort uit de scheepswerven langs de Theems. Omdat de werven met elkaar concurreerden kon het niet anders dan dat de spelers en supporters van beide teams niet bepaald op vriendschappelijke voet stonden met elkaar. Iets dat overigens nooit meer goed is gekomen. Hoewel Thames Ironworks FC slechts vijf jaar bestond, zijn haar sporen nog altijd terug te vinden in het clubembleem en aanmoedigingen als “up the irons”. Na wat omzwervingen (vanaf de oprichting werd er op drie verschillende plaatsen gespeeld) vestigde de ploeg zich in 1904 dus in Upton.
Het duurt negentien jaar voordat de club haar eerste sportieve hoogtepunt bereikt. In 1923 wordt de finale van FA Cup bereikt; een wedstrijd die door het leven zal gaan als de White Horse Cup Final. De allereerste wedstrijd in het net opgeleverde Wembley-stadion wordt overspoeld door fans die met hulp van politieagenten, waarvan enkelen te paard buiten het veld worden gehouden. Terwijl het publiek opeengepakt langs de lijnen van het veld staat, gaan de Trotters er echter met de beker vandoor: 2-0.
In die jaren wordt ook het ‘Forever blowing bubbles’ geboren. Het liedje dat is komen overwaaien vanuit de Verenigde Staten, is begin jaren ‘20 veel te horen in theaters. Een hoofdonderwijzer van de plaatselijke Park School heeft een speler rondlopen, Billy ‘Bubbles’ Murray, die opvallend veel gelijkenis vertoond met de jongen op het schilderij Bubbles (van Sir John Everett Millais). De beeltenis wordt in die tijd gebruikt voor een zeepreclame en is daarom overal te zien. Het hoofd, Cornelius Beal, zingt daarom het liedje “Forever blowing Bubbles” maar past vervolgens de tekst aan naar gelang de prestaties van het team. De toenmalige manager (waarvan West Ham er tussen 1902 en 1989 maar vijf versleet) en een vriend van Beal, Charlie Paynter besluit het nummer te introduceren bij West Ham net zoals Murray dat doet bij zijn medespelers als hij op proef is bij de club. Het liedje slaat meteen aan bij de spelers en supporters en de rest is geschiedenis.
De hoogtijdagen van de Hammers moeten dan nog komen. In 1964 verovert West Ham de FA cup om een jaar later de Europa Cup II te winnen. Ruim tien jaar later lijkt dat scenario zich te herhalen maar dit maal verliezen de Irons van Anderlecht. Langzaam zakken de Hammers daarna weg om af en toe nog eens een enkele hoge klassering (West Ham wordt 3e in 1986) te laten noteren op het hoogste niveau. De Hillsborough-ramp en het daaropvolgende rapport van de Commissie Taylor, zorgt ervoor dat Upton Park stapsgewijs onder handen wordt genomen.
In 1993 wordt de South Bank vervangen door de Bobby Moore-stand. Daarmee wordt de grootste speler die West Ham voortbracht, geëerd. Moore was de aanvoerder van het Engeland dat in 1966 wereldkampioen werd met andere Hammers als Martin Peters en Geoff Hurst. Twee jaar later wordt ook de North Bank vervangen door de Sir Trevor Brooking Stand en als laatste werd in 2001 de West Stand gesloopt en opnieuw opgebouwd. De bedoeling is de East Stand uit 1969 ook te vervangen waardoor alle tribunes op elkaar aansluiten, maar degradatie en financiële nood zorgen ervoor dat de verbouwing van Upton Park nooit helemaal wordt afgerond.
De kans is groot dat West Ham vanaf het seizoen 2012/2013 in het Olympisch Stadion speelt. De club won het bid dat was uitgeschreven om het stadion na de Spelen een bestemming te geven, en wacht op de definitieve toewijzing. West Ham troefde daarmee Tottenham Hotspur af dat had gehoopt op de fundamenten van het Olympisch Stadion een nieuw stadion te kunnen bouwen. Dat ging de Olympic Park Legacy Committee te ver en dus speelt West Ham over niet al te lange tijd in een veel te groot stadion met een sintelbaan. De Hammers hebben nu al moeite om alle plaatsen te verkopen en de vraag is hoe ze dat gaat lukken in een stadion dat straks nog altijd 60.000 plaatsen telt?
Die angst wordt gedeeld door het naburige Leyton Orient dat heeft aangegeven zich te zullen verzetten tegen de komst van West Ham. De club vreest dat om het stadion vol te krijgen, kaartjes tegen dumpprijzen op de markt worden gebracht en dat de O’s daarvan de dupe worden. Of de pogingen van voorzitter Hearn vruchtbaar zijn, moet blijken maar de voortekenen zijn niet gunstig.
De verhuizing naar het Olympisch Stadion betekent ook het eind voor Upton Park. De club zal de grond verkopen om de verbouwingen aan het nieuwe onderkomen te kunnen financieren. Daarmee zal het stadion waarschijnlijk wijken voor woningen en raakt het Engelse voetbal weer een icoon kwijt want de sfeer op Upton dat ouderwets tussen de huizen ligt, is fantastisch.
Ondertussen wordt bij West Ham doorgedroomd van aansluiting bij de top in Engeland. Het nieuwe stadion speelt daarbij een belangrijke rol. Het is alleen de vraag of die plannen het ooit echt gaan halen. De club heeft niet veel financiële armslag, sportief loopt het niet lekker en de concurrentie in de subtop is moordend. Aan de andere kant, ze zijn er in al die jaren bij West Ham behoorlijk gewend geraakt aan dromen die als een zeepbel uit elkaar spatten.




