
Waardig dragen ze de littekens van de tijd; getekend door betonrot, corrosie, sloop en verbouwingen trotseren ze de jaren, terwijl de herinneringen zich gestaag aaneenrijgen. Helaas worden deze stadions niet alleen ouder; ze worden ook schaarser.
Het hoeft geen Bramall Lane te zijn en ook niet persé het Olympisch of een Antwerpse Bosuil, maar een stadion heeft een verleden, een traditie nodig. De levensverwachting van een stadion daalt echter (flink). Waar ze vroeger werden gebouwd voor -wat later nog wel eens bleek- de eeuwigheid, lijkt er nu steeds een houdbaarheidsdatum op te zitten. De ArenA of de Grolsch Veste worden nooit honderd en ook de nieuwe Kuip wordt niet oud. Daarvoor gaat de tegenwoordige tijd helaas te snel. Steeds vaker en sneller moet het groter, beter en nieuwer. En nieuw betekent te vaak nog het lot van de sloopkogel voor oud waarvan zelfs de kleinste herinnering herontwikkeld wordt; moet wijken voor woonwijken.
Een actueel –en misschien ook wel extreem, maar een niet minder treffend voorbeeld, is Heracles. De Heraclieden verlaten in 1999 het oude complex aan de Bornestraat voor een nieuw onderkomen. Begrijpelijk gezien de staat van het stadion en de ambities van de Almeloërs, onbegrijpelijk is dat binnen tien jaar al weer wordt gesproken over een nieuw onderkomen op weer een nieuwe plek. Daarmee ga je voorbij aan de betekenis (geschiedenis, identiteit, cultuur -ik kom er in een later artikel op terug) van een stadion voor een club en de supporters.
Heracles zal niet op zichzelf staan. De vernieuwingsgolf van de voorbije twintig jaar rolt nog even door, terwijl een nieuwe al onderweg is. Soms kan het niet anders, en moeten heden en verleden wijken voor de toekomst maar steeds vaker vieren opportunisme en ambities losgezongen van realiteit en identiteit, hoogtij.
Maar zoals het wel vaker gaat met alles dat altijd maar groter, beter en nieuwer moet zijn; je raakt er steeds sneller op uitgekeken.
Like this:
Be the first to like this post.