Tag Archives: Rotterdam

Niet vergeten

 

Natuurlijk gaat vandaag alle aandacht uit naar Velsen waar exact 64 jaar geleden Sportpark Schoonenberg werd geopend. Dit onvolprezen onderkomen van de Witte Leeuwen mag zich vandaag verheugen op (inter)nationale belangstelling. Toch wil Stadiongebod op deze plaats ook aandacht vragen voor de verjaardag van de Rotterdamse Kuip zodat we ook de 75-jarige verjaardag van dat stadion niet vergeten.


Kuipgevoel

We kennen het Fingerspitzengefühl in het Balgevoel van Menno Pot. We voelen haarfijn aan dat Henk en Ingrid vooral hun onderbuik voelen en gevoelsmatig hebben we niets met modern voetbal. En dan is er het Kuipgevoel. Met het oog op de aanstaande verjaardag (op 27 maart is  De Kuip driekwart eeuw oud) van het stadion onderzocht Feyenoord TV wat dat gevoel is en of dat over gaat. Het derde en laatste deel vind je op FR1908.net

Gerelateerd:


Categorisch

In de categorie ‘Winterse amateurcomplexen voorzien van Elascon-tribune -in een stad waar anno 1940 stadsvernieuwing helemaal de bom was, maar dat terzijde- die ooit werden bespeeld door roemruchte edoch ter ziele gegane clubs maar die nog altijd in gebruik zijn en zo hun niet geringe bijdrage leveren aan het broodnodige behoud van het voetbalculturele erfgoed’: het terrein van Jai Hind Rotterdam (JHR) voorheen het thuis van de Rotterdamsche Footballclub (1904-1997) die ooit een Oranje-international in de gelederen had met de fantastische naam Daaf Drok die tevens uitbater was van een café in Rotterdam-West waar ook nooit iemand heeft gezeten die bij tijd en wijlen Jai Hind riep om zo blijk te geven van zijn verbondenheid met het lot en de onofhankelijkheidsstrijd van de Indiërs, laat staan dat ze weet hadden van de onvolprezenheid van de broodjes pom die in de kantine aan de RFC-weg gebroederlijk naast de broodjes bal op de spijskaart staan om zo maar te benadrukken dat je voor hedendaagsche voetbalcultuur heel goed weg kan in Delfshaven. Maar ook dat geheel terzijde.


Kunst met een grote K

Volgend jaar bestaat De Kuip 75 jaar. De stadiongeworden droom van Feijenoordvoorzitter Van Zandvliet is in driekwart eeuw uitgegroeid tot een Nationaalmonument. En als monument verdien je nu eenmaal een standbeeld.  Vinden de makers van frfc.nl en Icoon in Beeld. Zij hebben geheel des Feijenoords de handen ineengeslagen en dat levert het bovenstaande beeldje op. Kunst met een grote K. Van Kuip.


Een dame en een stadion op leeftijd

“Mijnheer de Voorzitter van Sparta, Dames en Heren, Het is mij een voorrecht heden mede te werken tot een plechtigheid, welke de kroon zet op een grooten arbeid en welker beteekenis over de grenzen Uwer vereniging en ook over de grenzen onzer Gemeente heen gaat. Niet alleen Sparta, heel de burgerij mag op dit Stadion trots zijn en waardering koesteren voor hen, die door hun arbeid, door hun toewijding, door hun stoffelijke steun dit tot stand brachten”.

Aldus sprak de Rotterdamse burgemeester Zimmerman bij de opening van Het Kasteel. Op 15 oktober 1916 werd Sparta de eerste voetbalclub met een eigen stadion. En wat voor een stadion! Het Kasteel, gemodelleerd naar het 13e eeuwse Slot van Spangen, spreekt nog altijd tot de verbeelding en inspireerde Stadiongebod eerder dit jaar al tot dit drieluik.

Als Het Kasteel over vijf jaar gebouwd blijkt voor de eeuwigheid, zal de oude dame van het Nederlandse voetbal er nog altijd wonen.  Al is de vraag of dit voor altijd zo zal blijven.

Net als in de jaren ’90 gaan er weer stemmen op om elders in Rotterdam een nieuw stadion te bouwen. De uitbreidingsmogelijkheden op Spangen zouden beperkt zijn en een langer verblijf op die plek zou de club belemmeren uit te groeien tot een stabiele eredivisieclub.  Het is te hopen dat het bij wat wilde plannen blijft, want een Kasteel zonder Sparta zou eeuwig zonde zijn.


Nationale Liefhebber Dag

Sinds 2009 staat het eerste Engelse voetbalweekend in september in het teken van Non-League Day (NLD). Het idee is simpel. Tijdens dit interlandweekend is er geen voetbal in de top van de Football League. Een goed moment voor fans van die clubs om eens bij de amateurs te gaan kijken. Niet alleen om de honger naar voetbal te stillen maar ook om te zien waarom amateurvoetbal zo leuk is en wat er te vaak en bij teveel clubs verloren is gegaan aan voetbalcultuur en -beleving. Een geweldig initiatief dat ook in NLD navolging verdient, vindt Stadiongebod en dus werd koers gezet richting Rotterdam voor een potje in de Derde Klasse C: CVV Mercurius – VVK’68 (2-4).

Het is al meer dan een eeuw geleden -12 juli 1908 om precies te zijn- dat in Charlois (op Zuid) een voetbalclub werd opgericht met de naam Excelsior. Omdat er al een club met zo’n naam bleek te bestaan, werd besloten tot het even simpele als efficiënte Charloise Voetbal Vereniging (CVV). De club die tot aan 1951 een zwervend bestaan leidde, bouwde een imposante status op met afdelingskampioenschappen en regionale bekers en ook op nationaal niveau timmerde de club flink aan de weg. Feyenoord liep hier wel eens een tegen een nederlaag aan en ook Ajax had het regelmatig moeilijk aan de Groene Kruisweg. Toch besloot CVV niet professioneel te gaan toen de kans zich aandiende. De club die destijds over een aardig complex beschikte, verkoos het amateurschap waar het in de afgelopen zestig jaar bivakkeerde tussen de hoofdklasse (waar het in 1964 voor de enige keer landelijk amateurkampioen werd) en de vierde klasse (waar het afgelopen jaar weer uit promoveerde). De ooit zo roemruchte club was in de jaren ’0 op sterven na dood en ging noodgedwongen een fusie aan met Mercurius.

Het complex is in die tijd -zoals wel veel roemrijke clubs die de betaald voetbalstap nooit maakten- gelukkig nauwelijks veranderd waarmee het ‘Stadion van Charlois’ een interessante plek is voor wie zich graag terug in de voetbaltijd wil weten. Drievierde van het veld is omringd door terracing die behoorlijk tegen de THT-datum zit en omdat het nóg beter kan staat er een juweeltje van een hoofdtribune (bouwjaar 1961). Een fraai bouwwerk dat veel meer historie doet vermoeden dan de vijftig jaar die het nu jong staat te zijn. Voeg daarbij nog de pisbakken in de hoek van het veld en je snapt waarom het jammer is dat dit soort potjes voor het oog van een kleine honderd toeschouwers worden gespeeld.

Daarom hoop ik dat er in Nederland ook meer aandacht komt voor de amateurs. Ook hier liggen de ere- en eerste divisie een week stil dus waarom niet onze eigen NLD in het eerste weekend van september? Nationale LiefhebberDag. Ik ben in.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image


Het slot van de Kasteeltrilogie

Eerder kon je hier al lezen over de oorsprong van Sparta en het Slot van Spangen dat model stond voor Het Kasteel dat de club in 1916 betrok. Het slot van deze stadiontrilogie voert je vanuit de jaren ’50 naar de tegenwoordige tijd.

We schrijven de jaren ’50. Sparta pakt, onder aanvoering van trainer Denis Neville, weer eens prijzen. De club pakt de beker (1958) en wordt voor de zesde keer landskampioen (1959). Aangestoken door het sportieve succes besluit het bestuur dat dit het moment is om de nieuwe stadionplannen uit de doeken te doen. Een verbouwd en uitgebreid Kasteel moet Sparta aan de top houden. De plannen liegen er niet om. Er moet in West een stadion komen dat plaats biedt aan niet minder dan 50.000 toeschouwers.

De eerste aanzet hiervoor is de bouw van een nieuwe tribune langs de lange zij. Deze dubbeldekstribune moet maar liefst 17.500 Spartanen een plek bieden. Al snel blijken de plannen te ambitieus en wordt er een kleine uitvoering van de tribune neergezet. Met z’n 10.000 plaatsen is het nog altijd een kolos in tegenstelling tot de overige tribunes. Als dan ook nog blijkt dat de huidige tribune pas gesloopt mag worden als de Schietribune klaar is, is een nieuw probleem geboren.

De nieuwe tribune moet achter de oude houten tribune worden gebouwd, waardoor deze erg ver van het veld komt te liggen. Om de afstand tot het veld wat te verkleinen, wordt het speelveld verplaatst. Hierdoor komt de eretribune aan de overkant verder van het veld te staan en ligt het clubgebouw niet meer recht achter het doel. De tribune die in 1963 wordt geopend, mag dan indrukwekkend zijn: het is niet bepaald een verbetering voor het stadion dat inmiddels wel een capaciteit heeft van ruim 30.000 plaatsen.

Zoals eerder blijkt ook deze verbouwing nauwelijks een garantie op succes. De beker wordt dan wel veroverd in 1967, maar daarna gaat de Oude Dame langzaam achteruit. Als de gemeenteraad van Rotterdam in 1975 bekendmaakt dat Sparta weg moet Spangen ziet het er allemaal erg somber uit voor de club. Nog een keer volgt er een opleving als Sparta twee seizoenen lang een subtopper is en in 1985 Europees voetbal afdwingt. In de Europa Cup III wordt in de tweede ronde HSV verrassend bedwongen waarna Sparta in De Kuip wordt uitgeschakeld door Borussia Mönchengladbach.

Daarna zakt Sparta nog verder weg terwijl de onzekerheid over het voortbestaan op Spangen blijft. Hoewel de Rotterdamse gemeenteraad een eerder genomen besluit uit 1975 heeft herroepen, wordt het duidelijk dat Sparta op termijn weg moet uit Spangen. Het zal echter nog tot 1997 duren voordat er een definitief besluit wordt genomen.

Terwijl er nog altijd onduidelijkheid is over de stadiontoekomst van Sparta, wordt Het Kasteel weer verbouwd. Alleen wordt dit keer de aftrap verzorgd door NV De Elementen. De winterstormen die in 1990 over ons land razen, zorgen ervoor dat Sparta en Spangen zwaar worden getroffen. Tribunedelen raken onherstelbaar beschadigd en het dak van de Schietribune komt naar beneden. De schade is aanzienlijk maar het lijkt een zege voor Sparta.

Dit is namelijk een uitgelezen moment om met het verzekeringsgeld de Schietribune die veel te groot is gebleken voor Sparta, te verbouwen. De capaciteit wordt met de helft teruggebracht en ook de andere tribunes worden opgeknapt. In 1991 wordt een vernieuwd Spangen geopend door onder anderen Jules Deelder. Maar nog altijd sluimert de onzekerheid over de toekomst van het stadion. Helemaal als Rotterdam in 1993 bekendmaakt dat het Sparta liefst naar het industrieterrein Rivum ziet verkassen.

De Spartanen houden –gelukkig- voet bij stuk en de gemeente gaat in 1997 om en besluit definitief dat Sparta op Spangen mag blijven. Nu er zekerheid is over die toekomst, worden er meteen nieuwe plannen gelanceerd. Dit keer wordt er geen half werk verricht. Behalve het oude clubgebouw blijft niets overeind. Er komen vier tribunes waarvan de doeken zijn dichtgebouwd en zo een geheel vormen. Het clubgebouw wordt integraal onderdeel van de Kasteeltribune en komt nu aan de lange zijde ter hoogte van de middellijn te liggen. Daarmee blijft het meest in het oog springende, bewaard. De rest van het stadion dat in 2000 wordt heropend, is net zo nieuw als inwisselbaar.

De geschiedenis herhaalt zich weer als blijkt dat ook deze verbouwing geen positief effect heeft op de resultaten. Binnen twee jaar degradeert Sparta voor het eerst in de geschiedenis uit de eredivisie. De club komt na een paar jaar nog wel terug maar de situatie is zorgwekkend. De club zit aan het plafond wat de mogelijkheden betreft en de degradatie in 2010 is nauwelijks een verrassing. Een duivels dilemma voor de club dreigt. De club die zo verweven is geraakt met Spangen, heeft op die plek geen toekomst meer.

Concrete plannen zijn er nog niet en Het Kasteel zal in 2016 zeker haar eeuwfeest kunnen vieren, maar ironisch is het wel. Nu de stad na 22 jaar bestuurlijk getouwtrek besluit dat Sparta op Spangen mag blijven, denkt de club er nu zelf over te vertrekken en dreigt een droevig slot voor Het Kasteel.

Met dank aan www.sportgeschiedenis.nl en www.itwm.nl


Uitpakken met cadeaus

Het Kasteel: veel over geschreven maar het van binnen zien -tijdens een wedstrijd- was er nog niet van gekomen. Een goede reden dus om op 1 april aanwezig te zijn op het verjaarsfeestje van de Oude Dame.

Wie jarig is, trakteert en dus zijn we op de 123e verjaardag van Sparta voor tweeënhalve euro verzekerd van een zitplek als RKC op bezoek komt. Niet vreemd dat er zo’n 10.000 mensen van de partij zijn op het feestje.

De grote toeloop merk je vooral als je op zoek moet naar een parkeerplek. De wijk Spangen die om het stadion heen is gebouwd, is niet berekend op zoveel verkeer. Een staaltje creatief –en gratis- parkeren onder de viaducten van de nabijgelegen A20 lost het probleem op. Als bonus krijgen we er ook nog eens een ouderwetse woonwijkwandeling naar het stadion bij.

Het clubgebouw waaraan het stadion haar naam dankt, ligt er schitterend bij in het avondlicht terwijl alles om het stadion voetbal ademt. Aan balkons wapperen Spartavlaggen en aan de gevel van een huis tegenover het stadion prijkt het lofdicht dat Jules Deelder voor zijn Sparta schreef. Je vraagt je af hoe je ouder kunt worden terwijl de tijd lijkt stil te staan.

Binnenkomen is ook al geen probleem. Het Kasteel mag dan zo goed als uitverkocht zijn; nergens staan er lange rijen. En als we bij binnenkomst gewoon welkom worden geheten en niet worden gefouilleerd, staan we binnen een paar minuten op onze plek. Kom daar maar eens om in –pakweg- Den Haag.

Zo imponerend als de buitenkant is, zo gewoontjes is de binnenkant van het stadion. Tenminste, als je zelf op de Kasteeltribune zit. Nieuwerwetse tribunes rondom (die dan wel weer uitkijken op Het Kasteel) met als schitterende onderbreking het statige clubgebouw waar het stadion haar naam aan dankt.

Voorafgaand aan de competitie zou de wedstrijd van vanavond als kraker bestempeld worden. Sparta is echter zo ver weggezakt dat de nacompetitie het hoogst haalbare is terwijl RKC slechts door het haperende Zwolle terug in de titelrace is gebracht. De wedstrijd is er niet minder spectaculair om: van 0-2 naar 3-2 tot een dramatische 3-4 in blessuretijd. Eens te meer blijkt Het Kasteel geen onneembare vesting te zijn.

Op het terras van Het Kasteel wordt gelaten gereageerd. Ik speur het terras af in de hoop op een spoor van Deelder. Geen mooiere plek om mijn exemplaar van zijn laatste bundel Ruisch te laten signeren dan hier. De dichter schittert door afwezigheid wat op zich niet vreemd is. Het is vrijdagavond en dan werken nachtburgemeesters doorgaans.

Na de wedstrijd laat een steward bij de Denis Neville-tribune zien dat een echt goede steward (maar hier zou ook controleur, agent of scheidsrechter kunnen staan) een situatie inschat in plaats van alleen maar regels toe te passen. Hij laat me vanaf de tribune waar de harde kern van Sparta staat, nog een paar beelden schieten van ‘onze’ tribune.

Eenmaal buiten werpen we nog een blik op het stadion en zo helder als dit beeld voor de geest staat, zo wazig blijken de foto’s te zijn geworden. Vandaag vierde de Oude Dame van het Nederlandse voetbal haar verjaardag, regelde ze zelf het feest en zorgde ze ook nog eens voor de cadeaus. Over uitpakken gesproken.

Meer lezen over Het Kasteel? Hier vind je de eerste twee delen van het drieluik over het stadion.


De Oude Dame betrekt haar Kasteel

Op 15 oktober 1916 neemt Sparta het Stadion Spangen in gebruik en schrijft het -wederom- vaderlandse voetbalgeschiedenis. De Oude Dame heeft namelijk als eerste een eigen stadion tot haar beschikking. Het eerste stadion in Nederland dat heel toepasselijk Het Stadion heet en 1914 is geopend, behoort namelijk niet toe aan een voetbalclub. Daarnaast wordt er op Spangen alleen gevoetbald, waarmee Sparta de primeur van het allereerste voetbalstadion heeft.

Als de Oude Dame haar intrek neemt in het bouwwerk, wijkt het enigszins af van het ontwerp. Het clubgebouw dat de herinnering aan het voormalige Slot van Spangen ademt, wordt conform ontwerp opgeleverd. Dat kan niet worden gezegd van de twee ingangen aan weerszijden van het gebouw. Waar –geheel in kasteelstijl- twee stenen hoektorens waren gepland, staan nu twee houten entrees. Ook de tribunes aan weerszijden van het clubgebouw dat zich achter het doel bevindt, worden pas later gebouwd. Tot slot blijft ook de geplande onoverdekte betonnen tribune aan de lange oostzijde voorlopig achterwege.

Het Kasteel in 1918. Links van het clubgebouw de houten entree waar een hoektoren in de stijl van het clubgebouw was gepland (met dank aan www.sportgeschiedenis.nl)

Stadion Spangen heeft hierdoor maar drie tribunes. Aan de korte zijde tegenover het clubgebouw is een kidstribune avant la lettre gebouwd: de jongenstribune die zo’n 7000 jeugdige Spartanen van een staplek voorziet. Aan de lange westzijde staat de houten eretribune: 110 meter en 9 meter diep. Maar hoe indrukwekkend dit bouwwerk ook mag zijn, het haalt het niet bij het clubgebouw achter het doel. Het bouwwerk is voorzien van een minstens zo spectaculair interieur waarbij de clubzaal het meest tot de verbeelding spreekt. Via de nissen in de statige zaal kan zó het speelveld worden betreden. Ook het terras boven de zaal waar de club haar intimi uitnodigt om de wedstrijd te bekijken, ademt de grandeur die bij Sparta hoort.

Het gebouw wordt een begrip en de journalist Doe Hans verwijst in zijn artikelen over Sparta steevast naar Het Kasteel als hij het over het Sparta-stadion heeft. Het heeft tot veelzeggend gevolg dat niemand het Stadion nog bij de echte naam noemt. Een gegeven dat tientallen jaren later nog een belangrijke rol zal spelen, maar daarover later meer.

Uiteraard oefent Het Kasteel aantrekkingskracht uit op leden van het Koninklijk huis. Prins Hendrik is vanaf 1916 meermaals te vinden op Spangen en op 10 september 1921 heeft Sparta de primeur van het eerste Koninklijke bezoek aan een voetbalwedstrijd. Tijdens de wedstrijd Sparta-VOC is Koningin Wilhelmina de eregast, waarmee de status van Sparta en het stadion nog eens wordt onderstreept.

Elf jaar na de oplevering wordt het stadion verder afgebouwd. Langs de lange zijde verrijst een onoverdekte houten  -in plaats van de geplande betonnen- tribune en aan weerszijde van het clubgebouw worden houten tribunes gebouwd zodat het veld eindelijk omringd is. De geplande hoektorens komen er desondanks niet.

Ondertussen lijken de zeven vette jaren die Sparta beleefde aan de Prinsenlaan voorbij en wordt de club sportief voorbijgestreefd door onder anderen stadgenoot Feyenoord. De naam Sparta blijft onverminderd groot, maar het duurt tot de jaren ’50 voordat er weer prijzen worden gepakt. Het sportieve succes dat de club dan boekt, vormt dan ook meteen de opmaat naar een ingrijpende verbouwing van Het Kasteel.

Dit was het tweede deel over (het stadion van) Sparta. In het eerste deel kon je lezen over de vroege jaren van Sparta en in het artikel meer over de periode 1950-2000.


De oude dame en haar Kasteel: De vroege jaren

Met dank aan Sportgeschiedenis.nl

Het Slot van Spangen in de 13e eeuw (bron: Sportgeschiedenis.nl)

De oude dame van Nederlandse profvoetbal verjaart op 1 april voor de 123e keer. Een uitgelezen moment in een aantal afleveringen meer aandacht te besteden aan Sparta en met name het stadion van deze club; het onvolprezen Kasteel. In het eerste deel de vroege jaren waarin Sparta van een klein terrein in West naar een ‘Kasteel’ trekt.

Op paaszondag 1888 richten acht tieners de Rotterdamsche Cricket & Football Club Sparta op. Hoewel de eerste maanden vooral aandacht is voor cricket, wordt er vanaf juli van dat jaar ook echt gevoetbald. Op 13 april 1889 krijgen de Spartanen de beschikking over een eigen terrein, het Heuvelveld in Het Park ter hoogte van de ingang van de Maastunnel. Het complex heeft nog niet veel om het lijf, maar het voldoet voor het moment. Een serieuzer complex wacht een aantal jaar later.

Nadat Sparta nog even aan de Oude Binnenweg heeft gespeeld, trekt het naar Crooswijk waar het in 1894 aan het Schuttersveld gaat spelen. Daar wordt een clubgebouw neergezet en zowaar een kleine tribune gebouwd al heeft dat nog niet veel om het lijf. Het hoogtepunt voor het complex komt in 1905. Sparta weet de bond te overtuigen dat het Schuttersveld de ideale plek is om de eerste interland op eigen bodem te spelen. Aldus geschiedde: op 14 mei treedt het Nederlandsch elftal –met de Spartanen De Korver en Boomsma in de gelederen- aan tegen België. Zo’n 30.000 toeschouwers zien Oranje met 4-0 winnen van onze Zuiderburen. Een jaar later dient de volgende verhuizing zich aan.

Sparta is toe aan een nieuwe stap en zet die een stuk verderop in Crooswijk. Het clubgebouw en de tribune verhuizen mee naar het complex aan de Prinsenlaan. In deze jaren begint Sparta pas echt aan de weg te timmeren en wordt de club vijf keer (1909, 1911, 1912, 1913 en 1915) landskampioen. Waar Sparta naar de Prinsenlaan trok om succesvoller te zijn, is het hetzelfde succes dat de club nu dwingt tot een laatste verhuizing.

De gemeente is bereid mee te werken en wijst in 1915 de polder Spangen aan als locatie voor het nieuwe onderkomen. De ambitievolle club heeft grootse plannen en wil er een echt stadion laten bouwen. De voorzitter van Sparta, M.J. Overeynder, schakelt voor het ontwerp zijn broer W.F. in die samen met J.H. de Roos een architectenbureau bestiert. Zij komen met het ontwerp voor een stadion waarvan het clubgebouw is gebaseerd op het Slot van Spangen (zie foto) dat in de omgeving van het stadion heeft gestaan.

Het Slot is in de 14e eeuw gebouwd door Philips Uitternesse die de opstallen en het land bij Overschie in 1307 erft. Hij laat er een slot met vijf torens bouwen: het Slot van Spangen. Het bouwwerk krijgt in de eeuwen erop flink wat te verduren. Nadat het in 1359 zwaar beschadigd raakt tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten wordt het in 1384 weer opgebouwde slot in 1488 vernield door jonker Frans van Brederode. Weer een kleine eeuw later (1572) zijn het de Watergeuzen die huis houden waarna de Spanjaarden het definitief ongeschikt maken als verdedigingswerk. Het Slot verwordt tot een ruïne en wordt uiteindelijk in 1890 gesloopt. Op de plaats waar het eens zo machtige slot stond, ligt nu het bedrijventerrein –what’s in a name?- Spaanse Polder.

De gemeente gaat akkoord met het voorstel en Sparta kan aan de slag om haar grootse plannen te realiseren. Hoewel het geld voor de financiering grotendeels binnen een dag is geregeld, moeten er echter wel concessies worden gedaan aan het ontwerp. Door de Eerste Wereldoorlog is een schaarste aan bouwmaterialen ontstaan en in plaats van stenen torens worden twee ingangen uiteindelijk van hout. Het maakt het bouwwerk er niet minder imposant op als het in 1916 wordt opgeleverd.

Dit is het eerste deel in de geschiedenis van De Dame en haar Kasteel. Meer weten? Lees dan ook deel twee en drie.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 653 other followers