Tag Archives: Stadiongebod

Voor zolang het nog duurt

Men neme een vroege, bewolkte zaterdagochtend in november. Zo’n ochtend waarop de dauw tergend langzaam optrekt en het gras laat zilverglinsteren… Tot zover de schoonschrijverij. Iedere dag, ieder moment is namelijk geschikt om jezelf te trakteren op de weelde van een bijzonder stuk voetbalcultureel erfgoed: de Wageningse Berg. Vandaag is het exact 20 jaar geleden dat de plaatselijke FC er zijn laatste wedstrijd speelde en een monument werd geboren.

Hoewel er niets meer is dat aan deze jaren herinnert, dateert de eerste stadionbebouwing van De Berg van 1899. Een plaatselijke hoteleigenaar laat een complex bouwen voor de paardensport. In 1911 trekt WVV Wageningen zoals de plaatselijke FC dan heet, voor het eerst in het stadion. Als de huurovereenkomst afloopt, verkassen de voetballers naar een terrein elders in de stad. De club keert pas 14 jaar later terug om er tot het bittere eind te blijven. In 1992 gaat de FC failliet. Het stadion krijgt geen nieuwe bespeler en kan omdat het in een beschermd natuurgebied ligt, niet zomaar worden gesloopt. De Berg, overgeleverd aan de tand des tijds en lokaalmarginale vandalen, kan zo uitgroeien tot een bedevaartsoord. Het Nederlandse voetbal is daarmee een club armer en een monument rijker.

De met gras overwoekerde trappen, staantribunes die onder een lappendeken van mos liggen, vervallen reclameborden waarin waar uit eveneens vervlogen tijden wordt aangeprezen.. Hier huist nostalgie. Voor zolang het nog duurt.

De plannen liggen er al enige tijd en het lijkt er nu ook echt op dat de Berg zoals we die nu kennen, verdwijnt. Helaas heeft voetbalcultuur nauwelijks monumentale status. Hopelijk is er in het te bouwen Future Center in ieder geval nog wel plaats voor het verleden.

> Meer beelden van de Berg


Komt dat schot


 Komt dat schot, originally uploaded by stadiongebod.

Praktische problemen vragen om een praktische oplossing. Dat hoef je ze op het Freethiel niet te vertellen. Daar weten ze wel weg met een lichtmast die niet opzij wil of een afgebroken zitje. Benieuwd wat Hugo Walker hierop zou zeggen.


Op zoek naar lichtpuntjes in Nicosia

De stroomstoring op het moment dat we het uitvak van GSP Stadium mochten verlaten, zorgde ervoor dat de eerste ontmoeting met Omonia Nicosia in stijl werd afgesloten. Opnieuw konden we op zoek naar dat ene lichtpuntje.

De voortekenen leken gunstig. Op het eiland van Aphrodite moest de Europese odyssee een passend vervolg krijgen en omdat we daar sowieso bij moest zijn namen we –ondanks dat de return tegen FK Tauras nog moest plaatsvinden- het democratische besluit af te reizen naar Nicosia. Sterker nog, de vliegtickets en de hotelreservering waren eerder binnen dan een ticket voor de thuiswedstrijd tegen de Litouwers.  

Vooraf hadden we deze keer wat meer tijd om de wedstrijd heen gepland zodat we in ieder geval Nicosia en Larnaca zouden kunnen doen.  Nicosia om onder anderen de demarcatielijn te bezoeken die van de Cypriotische hoofdstad de laatste gedeelde stad maakt. Larnaca om de demarcatielijnen op onze armen en nek als gevolg van die trip door het zonovergoten Nicosia te laten vervagen op het strand.

Maar voordat er kon worden bijgekleurd, moest er nog een wedstrijd gespeeld. En dat ging anders gepland. Kwart over acht. In de veronderstelling dat de wedstrijd om 9 uur 30 begint, lopen we op ons elfendertigst het hotel uit voor een taxi richting het GSP Stadium. De chauffeur kijkt enigszins bedenkelijk als we instappen en onze bestemming doorgeven. Op de radio doet een verslaggever opgewonden verslag van een wedstrijd.

De laatste buitenwijken van de hoofdstad flitsen voorbij en zoals zoveel nieuwe stadions ligt ook dit complex liefdeloos weggestopt tussen de bedrijventerreinen die aan de snelweg kleven.  Als we het stadion naderen en we de tribunes kunnen zien, lijkt het GSP al goed vol te zitten. Dat belooft nog wat.

Als de taxi vaart mindert voor de afslag, ontstaat een vocale strijd tussen radioverslaggever en de taxichauffeur. Beiden klinken verhit maar waar we van de verslaggever niet weten waarover hij zich opwindt, zien we dat bij de taxichauffeur wel. De afslag die we moeten hebben, is afgezet en voor ons doemt een file op. Als vanuit de auto het scorebord in het stadion zichtbaar wordt, wordt alles duidelijk.

De moeilijke blik en het opgewonden standje op de radio houden direct verband met wat daar verderop in het stadion gebeurt! Het stadion waar we dus blijkbaar al lang hadden moeten zijn als we nog even de moeite hadden genomen om het tijdstip nog eens te controleren op de wedstrijddag.

Gelukkig heeft de chauffeur door dat wij door hebben wat hij door moest hebben gehad toen we instapten en besluit -hopend op een extra fooi en biddend om de afwezigheid van een flitspaal- flink wat gas bij te geven en de vluchtstrook als privé rijbaan te gebruiken. Ondertussen probeert de chauffeur het verslag te voorzien van een enkele vertaalde zin waaruit we kunnen opmaken dat het nog altijd 0-0 staat.

Eenmaal uit de taxi blijkt het loket waar de kaartverkoop moest plaatsvinden, dicht. We proberen het bij de eretribune. In dit stadium maakt het ons al lang niet meer uit waar we in GSP terechtkomen. Als we maar binnenkomen. Gelukkig is de hoofdsteward die we tegen het lijf lopen, een man die direct de ernst van de situatie inziet. Twee supporters die meer dan 3000 kilometer hebben afgelegd om hun team te zien spelen en nu als gevolg van een verkeerde tijdsinschatting en een omlegging die van de infra rond het stadion een infarct heeft gemaakt, hun wedstrijd dreigen te missen.

Hij gebaart een oudere steward ons mee te nemen naar het uitvak en drukt ons op het hart dat we hoe dan ook binnenkomen en dat we ons vooral niet druk hoeven te maken om kaarten. Die hebben we niet nodig. Zo kan het dus ook. Het is weer eens wat anders dan de ‘kan niet – mag niet’-mentaliteit die we al zo vaak zijn tegengekomen. De senior leidt ons onder de tribunes door naar het uitvak. Na een kort onderhoud met een aantal ME’ers volgt de verlossende knik. Binnen twintig seconden staan we in het uitvak maar nog voor we het kunnen uitschreeuwen van vreugde, fluit de scheidsrechter voor een strafschop. Het stadion wordt bijkans afgebroken door de uitgelaten Omonia-aanhang.

Dat de strafschop onberispelijk binnen wordt geschoten, gaat bijna aan ons voorbij. Daarvoor heeft het ongeloof over het verloop van deze avond net even te lang geduurd. Pas na een minuut nemen we het stadion eens goed in ons op. Onze tribune achter het doel is met zo’n 250 supporters matig bezet terwijl de overige drie tribunes aardig vol zitten met doldwaze Cyprioten. Dit is de heksenketel die ons is beloofd.

Vanaf de overige drie tribunes wordt hartstochtelijk gezongen en gevloekt door het thuispubliek terwijl bij ieder balbezit van  ADO  de trommelvliezen worden geteisterd door striemende fluitconcerten. Hoewel de temperatuur is gezakt tot net boven de 25 graden, kookt door het fanatisme van de thuissupporters de heksenketel bijna over. De eretribune produceert een hoeveelheid decibellen waar een gemiddelde tribune in de eredivisie een voorbeeld aan kan nemen terwijl Gate 9 een muur van geluid optrekt. Op de lange zijde die met enige fantasie door kan gaan als gezinstribune, zijn vaders zich twee keer drie kwartier onbewust van hun voorbeeldfunctie terwijl hun kroost zich in diezelfde tijd ongestoord kan uitleven zonder enige ouderlijke correctie. Cyprioten zijn uiterst vriendelijk, behulpzaam en beschaafd maar dit is voetbal. En wij zijn de tegenstander.

Pas als de rust aanbreekt, keert ook de rust in het stadion even terug. Dat biedt ons even de gelegenheid om het elf jaar oude stadion eens goed in ons op te nemen. De eretribune met het golvende dak ziet er redelijk uniek uit. Iets wat van de drie overige tribunes nauwelijks kan worden gezegd. Die zijn naar goed mediterraan voorbeeld onoverdekt en ogen ondanks dat het stadion in 1999 is geopend, sleets.   

Hoewel ADO goed begint aan de tweede helft en het publiek zo waar een toontje lager zingt, leidt een blunder van Coutinho de 2-0 in. Als even later een Cypriotisch zondagschot vanaf een meter of dertig de bovenhoek inzeilt, lijkt de tragedie compleet. Het blijft uiteindelijk bij 3-0 en is er zodoende nog een sprankje hoop. Terwijl we nog even worden vastgehouden in het vak, breken we ons hoofd over dat ene lichtpuntje. Totdat de stroomstoring ervoor zorgt dat we er letterlijk naar op zoek kunnen.

Voor de fijnproevers

Wedstrijd: Omonia Nicosia – ADO Den Haag 3-0 (derde voorronde Europa League)

Datum: 28 juli 2011

Stadion: GSP Stadium

Plaats: Nicosia (Cyprus)

Toeschouwers: 12.326

Opmerkelijk: Het GSP Stadium is ongetwijfeld het meest bespeelde stadion van Cyprus. Naast Omonia hebben ook APOEL Nicosia en Olympiakos Nicosia hier hun thuisbasis. Daarnaast speelt de nationale ploeg hier zijn wedstrijden en wijken Cypriotische clubs regelmatig uit naar dit stadion om hun internationale wedstrijden af te werken. Alsof dat nog niet genoeg is, was het stadion ook al een aantal keer de tijdelijke thuishaven voor ploegen uit Israël.


Een verhaal-uit-de-oude-doos in de maak

Op de hoek van de Lange Vijverberg met het Tournooiveld staat een appartementengebouw. Aan de gevel van het pand dat over de Haagse Hofvijver uitkijkt, prijkt een zonnewijzer met daarboven de tekst ‘tyd verglydt’. Treffender konden de weken tussen FC Groningen en FK Tauras niet worden beschreven. De tijd gleed werkelijk voorbij. Hij voer voorbij het lange seizoen en via de korte voorbereiding ongezien tot aan de 13e juli: de dag waarop je naar het Litouwse Kaunas zou afreizen. Ineens bleek de tyd niet meer te verglyden. De opwinding over je allereerste Europacuptrip zette een rem op de tijd en je slaap.

Voor de zoveelste keer gleed je over het internet om de bekende en minder bekende verhalen nog maar eens te lezen.  De verhalen uit de oude doos. Over Ujpest Dozsa en Young Boys en –van nog dieper uit die doos- de legendarische wedstrijd tegen West Ham.  De Europese honger die in Groningen werd gewekt, leek niet te stillen en hield je wakker. Wat nu zou komen, zou ooit ook zo’n verhaal worden. Wist je.

Uitwedstrijden –en met name die tegen rivaliserende ploegen- zijn bijzonder. Europese wedstrijden zijn uniek. Het is de uitvergroting van alle facetten die horen bij het achterna reizen van je eigen club. De reis die misschien wel meer de bestemming is dan de wedstrijd (waarbij je alleen kan hopen op die incidentele overwinning), de saamhorigheid en de sfeer. Maar ook de gezichten die je te lang niet of nooit eerder zag. De onderlinge verstandhouding verborgen in honderden woorden, een blik of een knik, zorgt ervoor dat je van elkaar weet wat het verhaal is. Awaydays².

Het is de ochtend na de nacht ervoor. Kaunas ken je inmiddels zo goed als het Zuiderpark. De voormalige hoofdstad van Litouwen had binnen een paar uur haar geheimen grotendeels prijsgegeven. Het tafelen, gestoeld op cultureel aperitief, legde de bodem waar tot je later die nacht zou gaan. Overal kwam je supporters tegen. Oude verhalen en nieuwe ervaringen werden uitgewisseld terwijl de drank in de historische binnenstad vloeide zoals alleen de Neris en Nemunas kunnen. De industriestad van weleer, was vannacht van ons.

Het grote plein in de oude stad waar het grote feest moet losbarsten, blijkt te groot voor de paar honderd supporters die er maximaal komen. De Haagse invasie verloopt kenmerkend: ongecoördineerd, ongepland en ongecompliceerd. Over de volle lengte van het plein naar het stadion dat op een heuvel ligt en de namen van Kaunas’ helden draagt, zitten honderden supporters verspreid over tientallen kroegen. Nog altijd druppelen er Hagenezen de stad binnen, terwijl de reeds aanwezigen op een alternatieve manier voor drooglegging willen zorgen. Het is ook erg dorstig weer. Dat moet gezegd.

Op de heuvel doemt tussen de bomen een stadion op zoals je dat hier verwacht. Een stadion, zo mooi afzichtelijk. Dit is Genieten. Dit is het gerecht dat er wél zo uitziet als op het plaatje. Onoverdekte tribunes van het betonste beton die slechts de helft van het veld omtrekken. Een sintelbaan waar ooit atleten excelleerden ter meerdere eer en glorie van de heilstaat. En een massief stenen scorebord waar op het digitale scherm de onvermijdelijke analoge klok de tijd verstrijkt. Hier zijn je sneakers niet langer retro.

Dit is wat je als supporter nooit meemaakte en dit is wat je vertelt aan diegenen die dit nooit mee hebben gemaakt. Zoals diegenen waarvan je weet dat ze er toen al bij waren –en dat nu weer zijn- dit vóór jou deden. Over vroegâh en hoe of het toen was. Veel van hen hebben –uit pedagogische overwegingen- hun eigen zoon meegenomen. Het is van de manieren waarop toen en nu verweven zijn in de deken van geluk die over het vak lijkt te liggen.

Tauras toont zich een goed gastheer in andermans huis en schenkt ons in blessuretijd de overwinning. Je ziet het nog net gebeuren terwijl je naar alles om je heen kijkt met de wens om nooit te vergeten. Niet te vergeten dat dit het avontuur is waarnaar je hebt toegeleefd de afgelopen weken. Vandaag leef je geschiedenis.

De winst van vandaag betekent de sluimerknop voor de Europese droom waar je nog even niet uit hoeft te ontwaken. ADO volente, want er moet thuis nog wel wat worden afgedwongen.

Dat is volgende week. Dit is nu. En nu wacht de stad. Weer.

Een verhaal uit de oude doos is in de maak.

Voor de fijnproevers

Wedstrijd: FK Tauras – ADO Den Haag 2-3 (tweede voorronde Europa League)

Datum: 14 juli 2011

Stadion: S. Dariaus ir S. Gireno Stadionas

Plaats: Kaunas (Litouwen)

Toeschouwers: 2000

Opmerkelijk: S. Dariaus was held van beroep. Naast hun historische vlucht was hij hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de bouw van dit stadion. Naast het locale FBK Kaunas speelt ook de nationale voetbalploeg in dit stadion.


Onder constructie

Onder constructie, originally uploaded by stadiongebod.

Niet dat er veel gebeurt aan het Estadio Benito Villamarin van Real Betis. Al jaren niet. Toen de helft van het stadion vernieuwd en uitgebreid was, bleken de euro’s op te zijn. Iets met geld en een balk en een put die geen bodem lijkt te hebben. Iets wat zich niet duidelijker laat uitdrukken dan op deze manier.

Echt moeilijk lijken ze er in Sevilla niet over te doen. Er is altijd weer een manana. En dan komt alles goed.


De mannen waar Kaunas teveergeefs op wachtte

Het duurde maar liefst 24 jaar en de weg terug was lang en zwaar, maar eindelijk is Den Haag terug in Europa. Op 14  juli vindt de start van een –hopelijk even mooie als lange- Europese odyssee plaats in het Litouwse Kaunas. In het plaatselijke S. Dariaus ir S. Gireno Stadionas wacht het niet-plaatselijke FK Tauras als tegenstander.  Stadiongebod blikt vooruit.

Het was even zoeken op de kaart toen het Litouwse FK Tauras uit de koker tevoorschijn kwam. De nummer vier uit de voorbije Litouwse competitie komt uit het provinciestadje Taurage dat in het westen van Litouwen ligt. De club die sinds de oprichting in 1922 al elf keer een naamswijziging onderging, werd een keer in haar bestaan kampioen. Dat was in 1987 toen het land onderdeel uitmaakte van de Sovjet Unie en de competitie vergelijkbaar was met die van Wales binnen het Verenigd Koninkrijk. 

Omdat het eigen Vytautas stadion nauwelijks voldoet aan de normen (het complex met een capaciteit van 1600 plaatsen, telt welgeteld één tribune), wijkt de club –net als in eerdere Europese campagnes- uit naar de tweede stad van het land: Kaunas.  Even buiten het centrum van deze voormalige hoofdstad, moet in het stadion van FBK Kaunas (-en dat van de nationale voetbalploeg) een goede uitgangsbasis voor de volgende ronde worden gelegd. Wat meteen al opvalt aan het stadion, is de naam. In een tijd waarin stadions steeds vaker worden voorzien van een sponsornaam, is het goed om te zien dat hier in Litouwen nog gewoon helden en/of historie worden vereerd met een stadion. Sterker nog, het stadion waar de FK naar uitwijkt is zelfs vernoemd naar twéé helden:  Steponas Dariaus en Stasys Gireno.

Beiden groeiden onafhankelijk van elkaar op als emigranten in de Verenigde Staten waar ze tijdens de Eerste Wereldoorlog dienden in het leger. Dat hun levenslijnen zich later voor eeuwig bijeen zouden voegen, wist toen nog niemand. Gireno ging na een oneervol ontslag uit het leger aan de slag als taxichauffeur terwijl hij zich in zijn vrije tijd liet opleiden tot piloot. Zijn roeping leek gevonden want al snel mocht Gireno zijn aviatische kunsten in wedstrijdverband tonen en verruilde hij zijn taxi voor een carrière in de luchtvaart.

Ondertussen had ook Dariaus gekozen voor een luchtvaartcarrière.  Na zijn terugkeer in Litouwen doorliep hij zijn pilotenopleiding terwijl hij zijn vrije tijd bewaarde voor zijn andere passie: sport. Dariaus was een sportfanaat die onder meer aan boksen, atletiek, basketbal en honkbal deed. Voor deze laatste twee sporten, waar hij ook een aantal boeken over publiceerde, verrichtte hij pionierswerk. Basketbal zou zelfs uitgroeien tot dé nationale sport van het land. Om de sportcultuur een impuls te geven, ijverde Dariaus voor de bouw van een stadion in Kaunas. Met succes, want in 1925 werd in de stad een multifunctioneel stadion geopend dat tal van sportclubs onderdak bood.

Een aantal jaren na de opening keerde Dariaus terug naar de VS. Ook hij vond een baan in de luchtvaart en kwam in contact met Gireno. Al snel bleek hun ambitie ze bijeen te brengen in één doel:  ooit zouden ze de langste non-stop vlucht in de prille geschiedenis van de luchtvaart maken. Hun kans kwam, en sneller dan verwacht. In 1933 kregen ze de gelegenheid om hun vlucht maken. Naast de twee zou ook een lading luchtpost meereizen zodat de reis ook de boeken in kon als de eerste transatlantische luchtpostvlucht. Dat hun reis niet zonder gevaar was, voorvoelden beiden. In hun laatste brief schreven ze dat ongeacht het resultaat van hun onderneming er altijd iets waardevols voor de luchtvaart uit zou voortkomen.

Op 13 juli 1933 stegen de twee op vanaf New York voor een reis van 7186 kilometer maar door slechte weersomstandigheden werden ze gedwongen af te wijken van hun oorspronkelijke route. Of het onheil zich daarmee aandiende, is niet bekend maar de 25.000 Litouwers die op 15 juli in Kaunas op hun helden wachtten, wachtten tevergeefs. Het vliegtuig verongelukte op 650 km van de eindbestemming boven Duits grondgebied.

De twee werden postuum geëerd als helden van de nog jonge staat. Een status die met de bezetting door de Sovjets in 1939 en de daaropvolgende sovjetisering alleen maar toenam.  Tegen de verdrukking in, bleven de twee levend in herinnering.  Na de onafhankelijkheid in 1991 keerde de naam van het duo in razend tempo terug in straatnamen, bedrijfsnamen en instellingen. Het duo kreeg zelfs een plek op het 10 Litas-biljet.

Het wachten was op die ene plek waar  in ieder geval de naam van Steponas Dariaus moest terugkeren. Aldus geschiedde. In 1993 werd het 9180 plekken tellende –en nog altijd multifunctionele- stadion van Kaunas hernoemd naar de mannen waar Kaunas 60 jaar eerder tevergeefs op wachtte.


Een finale waar een zegen op rustte

Het is 29 mei 2011. Even na drie uur bevriest de collectief ingehouden adem van het publiek de tijd. De misser van Matavz rekt de stilte nog even, maar leidt dan een lokale en vocale aanval op de geluidsbarrière in als 1100 Hagenezen het uitschreeuwen. Na 24 jaar is Den Haag terug in Europa.

Het is de ultieme bekroning van een seizoen waarin alles uiteindelijk klopt. Een seizoen dat buiten mijn eigen club, ADO, al leidde langs Londen, Spakenburg, Düsseldorf, Sevilla, Berchem, Amsterdam en vele andere steden en dorpen. Een seizoen dat eindigde in Groningen en -met de kennis van nu- in Litouwen begint. De eerste buitenlandse groundhop van 2011-2012 is er één om mijn eigen club te zien met als inzet een plaats in de derde voorronde van de Europa League.

Die play-off finale was in veel meer opzichten een belevenis. Na de 5-1 inde heenwedstrijd leek de return in Groningen een formaliteit. Anderhalf uur plichtmatig ballen en dan de ultieme prijs in ontvangst nemen. Die wedstrijd zou –hoe kan het mooier- ook nog eens op eigen gelegenheid te bezoeken zijn. De lokale autoriteiten toonden ballen en zo kregen er een ouderwetse awayday  bij die al zaterdagavond begon in de Martini-stad.

Na even snel aan een stevig fundament te hebben gewerkt bij de Döner King (aangeraden door de lokale studenten –en terecht), besloten we de kroeg in te duiken om die andere finale te bekijken. Terwijl Manchester figureerde, namen wij alle tijd om alle scenario’s voor een nakend Europees avontuur door te nemen.  Natuurlijk zou het in die eerste voorronde een bezoek aan Borat worden. Dat stond gewoon vast. Supporter van Den Haag zijn, is naast een roeping ook een beproeving. Maar vanavond, of eigenlijk dit seizoen, dus even niet.

Terwijl we de plaatselijke horeca van een financiële impuls voorzagen, trokken met de uren ook alle wedstrijden van het voorbije seizoen voorbij. Een glansrijk seizoen dat de dag erop zou worden afgesloten met het mooist denkbare: Europees voetbal.

Uiteraard ging de wekker even meedogenloos als vroeg af en was het zaak om op tijd in Beilen te zijn voor de gebruikelijke georganiseerde chaos van het omwisselen. Een uur later reden we met kaarten voor het uitvak terug naar Groningen voor wat mijn eerste bezoek aan de stadion van de plaatselijke FC zou worden.

De Euroborg werd in 2006 geopend en had de weinig dankbare taak het illustere Oosterpark op te volgen als thuishaven van Grunn. Vijf jaar later is de herinnering aan het oude stadion in de gelijknamige volksbuurt nog altijd levendig,  en is het nieuwe stadion een waardig vervanger gebleken. De Groene Kathedraal (een bijnaam die met verve wordt gedragen) krijgt alom goede pers.

Daar is overigens van de buitenkant niets van te merken. Als we het onvermijdelijke bedrijventerrein op worden geleid waar we worden geacht te parkeren, duikt er betonnen kolos op. Slechts de lichtinstallatie op het dak verraadt dat dit een voetbalstadion is en geen neo-stalinistisch kantoorgebouw.  Na de hekken en de sluis volgen tig betonnen gangen en trappen die ons uiteindelijk bij het uitvak brengen dat hoog in een hoek van de tweede ring is weggestopt.

Het stadion mag er zijn. Compact met twee ringen en steile tribunes die strak aansluiten op het veld. Echt Engels heet dat te zijn. Het zorgt ervoor dat het Groningse publiek dicht op de huid van zijn helden -en zijn tegenstanders- zit waarmee de borg als moeilijk te nemen veste is verklaard. Ook de bijnaam laat zich makkelijk raden als het vele groen -overigens niet het FC Groningense groen- zich op je netvlies brandt. De Euroborg is hier de kerk waar om de zondag het evangelie van FC Groningen wordt gepredikt.

Vanuit het uitvak is het zicht op het veld redelijk goed. Daar doet de hoekligging en het onvermijdelijke net niet zoveel aan af. Het net dat over de volle breedte voor het vak hangt, blijkt overigens later die dag de Uitbundig Vieren-test met glans te doorstaan. Verder is er de gebruikelijke belediging die catering heet. In dat opzicht is er weinig bijzonders aan de Euroborg of het moet zijn dat het aanbod aan meuk wat groter is dan bij andere clubs.

Het wedstrijdverloop is bekend. Je kon er als supporter ook op wachten. De bekende beproeving maar dit keer met de ultieme verlossing. Terwijl het uitvak Europa viert -compleet met nethangers bij gebrek aan hekken- blijven de Groningen-supporters die stilaan in het ‘Wonder van de Euroborg’ waren gaan geloven, massaal in het stadion om hun club te bedanken. Zoals het hoort.

De reis terug is een roes.. Net als de huldiging. Aangenaam. Verdoofd. Maar allerminst van God los. Op het eerste bezoek aan de Groene Kathedraal rustte duidelijk een zegen.

—————————————

Voor de fijnproevers:

Stadion: Euroborg

Geopend: 13 januari 2006

Capaciteit: 22.579 zitplaatsen

Architect: Wiel Arets (Maastricht)

Opvallend: de Euroborg is ook interessant voor glippers. Vanuit de appartementen naast het stadion is er goed zicht op het veld en de tribunes.

Ook opvallend: FC Groningen bleef na de opening van de Euroborg ruim tien maanden ongeslagen. De eerste club die er met de winst vertrok, was ADO Den Haag (2-5 op 26  november 2006).


I won’t be moved


Voor wat mentaliteit schakelen we over naar Beveren. In het stadion van de lokaal gefuseerde SK houdt één lichtmast dapper stand tegen de vooruitgang.

Let ook op de aanpassingen in het uitvak -of het gebrek eraan- (het is weer eens wat anders dan een net of een hek voor je neus), maar dat kwam natuurlijk later pas aan het licht.


Doorbuffelen aan de Bruiloftstraat


De eerste steen was er jaren geleden al gelegd en had er al een keer een heus startschot voor de bouw geklonken, maar nog altijd staat er niets aan de Gentse Groothandelsmarkt. En dat terwijl de plaatselijke AA een nieuw stadion goed kan gebruiken. Maar een gemankeerd milieueffectrapport en financieringsperikelen hebben eraan bijgedragen dat het Artevelde-stadion niet eerder dan medio 2012 gereed is. Het zijn blijkbaar niet alleen kabinetsformaties die moeizaam verlopen bij onze zuiderburen.

Het stadion dat de sportieve toekomst van de Buffalo’s moeten plaveien, zorgt ervoor dat het Jules Otten-stadion straks een herinnering is. Het stadion in Gentbrugge (vernoemd naar een van de oprichters van Association Athlétique La Gantoise-in 1971 vervlaamst naar Koninklijke Atletiek Associatie Gent) werd in 1920 geopend.

Thansch is er echter van dat verre verleden weinig terug te vinden. Of het moet ingelijst aan de muren hangen of gescand op internet terug te vinden zijn. De ‘oudste’ tribune die net zo efficiënt als liefdeloos Tribune 1 is genoemd, stamt uit 1986 terwijl de tribune daar tegenover, nummer3, in1992 werd geopend. Het zijn beiden vrij hoge en steile bouwwerken zoals je die in België vaker ziet. De twee verdiepingen worden horizontaal doorsneden door onvermijdelijke businesslounges.

De harde kern achter het doel en de bezoekers aan de overkant moeten het doen met twee prefab-zittribunes. Opgetrokken in een tijd dat  het nieuwe stadion zo dichtbij leek dat investeringen in het stadion als een noodzakelijk kwaad werden gezien. De betonnen staantribunes waren echter zo verrot dat alleen nieuwe tribunes van beide delen weer een go area zouden maken. Met de voorgefabriceerde tribunes verdween wel het laatste restje romantiek uit het stadion.

Het maakt dat het verlaten van ‘Jules Otten’ niet als een heel groot probleem zal worden ervaren.  De ambiance is niet spectaculair (meer), het is te klein voor de grote dromen van de club en het ligt -in tegenstelling tot het nieuwe stadion- ver weg van het centrum. En nu de club zich de laatste jaren steeds dichter tegen de top heeft aangespeeld, is het tijd voor de laatste stap (echt concurreren met de top) die de club op de Groothandelsmarkt wil zetten.

Tot die tijd blijft het nog even doorbuffelen aan de Bruiloftstraat.

 

Wat?
AA Gent – Lokeren, play-off 1

Wanneer
Zaterdag 7 mei 2011

Waar
Jules Otten-stadion, Bruiloftstraat 42, Gent, België

Uitslag
2-2 (1-0)

Toeschouwers
9568

Opvallend
De bijnaam en het logo van de club vinden hun oorsprong in de Buffalo Bill-show die begin 20e eeuw werd gehouden naast de toenmalige terrein van de club. Blijkbaar waren de supporters zo onder de indruk van de cowboy- en indianenshow dat ze tijdens de wedstrijden spontaan de naam Buffalo scandeerden. Een gebruik dat zich zo diep wortelde dat zowel het clublogo als de mascotte zijn gemodelleerd op de indianen uit die show.


Omdat er bij de liefhebbers zoveel te genieten is

 

18-03-2011, originally uploaded by stadiongebod.

Neem nu de Haagsche Voorwaarts Utile-Dulce Combinatie (VUC) waar iedere stap op deze houten tribune je verder terug in de tijd brengt.

Een tijd waarin met bewondering en ontzag werd gesproken over het leederen monster, waar een ieder nog op dezelfde kleur kicksen speelde en waar betaald voetbal gelijk stond aan vloeken in de kerk.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 653 other followers