
In een tijd dat clubs in stadions spelen met soms bizarre sponsornamen, zijn De Vliert, De Geusselt of Woudenstein een verademing. Stadions met een naam die recht doet aan de geschiedenis en afkomst van een club. De Utrechtse Galgenwaard valt ook in die categorie.
De stadiongeschiedenis van de Galgenwaard gaat terug tot 1936. De crisis waarin Nederland dan verkeert, heeft zijn hoogtepunt bereikt. Om de werkloosheid het hoofd te bieden worden in heel Nederland werkgelegenheidsprojecten gestart. Zo ook in Utrecht waar in het buitengebied Galghenwert een nieuw stadion wordt gebouwd. Stadion Galgenwaard zoals het complex bij de opening heet, is opgetrokken in de stijl van die tijd. Dat wil zeggen: een eretribune, betonnen staantribunes rondom en een voetbalveld dat wordt omringd door zowel een atletiekbaan als een wielerbaan.
De Utrechtse voetbalclubs DOS, Hercules en Velox nemen hun intrek en zorgen ervoor dat er elke week wel wordt gevoetbald in de Galgenwaard. Als het betaald voetbal zijn intrede doet in 1954, tekent zich een scheiding af. DOS en Velox gaan betaald terwijl Hercules dat liever blijft liefhebben, vertrekt. De overgang naar het betaalde voetbal pakt in eerste instantie goed uit voor DOS dat een paar jaar later voor de eerste en enige keer in zijn bestaan landskampioen wordt. Het blijkt het hoogtepunt van de club die de jaren daarop -net als Velox- veroordeeld raakt tot een bijrol.
Dat blijft zo tot 1970. Dan fuseren Elinkwijk, DOS en Velox tot FC Utrecht dat in de Galgenwaard blijft spelen. De club weet zich te handhaven op het hoogste niveau maar blijft toch vooral een wat saaie middenmoter. Als Utrecht de voorpagina’s haalt dan is dat vaker vanwege de Bunnik Side, de harde kern van FC Utrecht, dan vanwege de sportieve resultaten. Het voetbalvandalisme heeft zijn intrede gedaan in het voetbal en de supporters van Utrecht bouwen in die jaren een dusdanige reputatie op dat de burgervader van Bunnik zich bij het bestuur van de club beklaagt. De supporters van de tribune die aan de kant van het plaatsje ligt, halen de goede naam door het slijk.
Door het vandalisme lopen de toeschouwersaantallen in de Galgenwaard die toch al niet zo bijzonder waren, verder terug. De club en de gemeente besluiten in te grijpen. Er moet een nieuw stadion komen waarin de club nu wel de sprong naar de subtop kan maken. De Nieuwe Galgenwaard moet de supporters weer naar het stadion lokken met de belofte van luxe en veiligheid. Na afloop van de laatste wedstrijd in het oude stadion onderstreept de harde kern nog maar eens waarom. Na het laatste fluitsignaal bestormt de harde kern het veld en wordt een groot deel van het stadion vernield. Dit tot afschuw van veel supporters. De Galgenwaard was het walgen waard.
Een paar weken later is het stadion definitief tegen de vlakte. Utrecht is dan uitgeweken naar een tijdelijk stadion dat op het Veemarkt-terrein is gebouwd. Daar speelt de club bijna het volledige voetbalseizoen ’81-’82 voor tijdelijke tribunes. Op de plaats van het oude stadion verrijst een modern stadion waar plaats is voor 15.000 toeschouwers. Waar ooit een sintelbaan om het veld lag, ligt nu een gracht die moet voorkomen dat supporters het veld op kunnen komen. De hekken die dat voorheen moesten voorkomen, zijn weggehaald waardoor supporters weer een onbelemmerd zicht hebben op het veld. Staanplaatsen zijn er nauwelijks nog. Op de plaats waar de harde kern ooit stond, staan nu stoeltjes.
Nieuw Galgenwaard wordt in 1982 geopend en de club en de supporters hebben niet veel tijd nodig om er zich thuis te voelen. De club groeit uit tot een subtopper en de Galgenwaard zit regelmatig volgepakt. Ook vertegenwoordigers van buitenlandse clubs weten de weg naar het stadion te vinden. Niet voor het scouten van spelers maar voor de Galgenwaard zelf. Vooral Engelse en Schotse clubs zijn erg geinteresseerd in het stadion als het in het post-Hillsborough rapport van de Commissie Taylor geroemd wordt om zijn veiligheid.
Het stadion blijkt echter wel een beperkte houdbaarheid te hebben. Nog geen twintig jaar na de opening wordt de Galgenwaard opnieuw verbouwd. In 2002 is de nieuwe Galgenwaard af en wordt deze geopend als de Galgenwaard. De vier tribunes zijn nagenoeg identiek gemaakt en worden alleen verbonden door de opvallende dakconstructie. De capaciteit is door de ingrepen vergroot naar 24.000 plaatsen.
Dat aantal wordt vandaag tegen Heracles niet gehaald maar dat is niet te merken aan de sfeer op de tribunes. Daar leven de fans hartstochtelijk mee. De vonk slaat over want de thuisclub weet tegen een beter Heracles een punt uit het vuur te slepen. Een heerlijke sfeer, strijd op het veld en een najaarszonnetje. Ooit was de Galgenwaard het walgen waard. Vandaag de dag is het meer dan de moeite waard.
Voor de fijnproevers:
FC Utrecht – Heracles Almelo 2-2
Stadion Galgenwaard, 18 september 2011
Toeschouwers: 19.000
Opvallend: De Galgenwaard is ideaal voor glippers. In de hoeken van het stadion zitten kantoren van waaruit je goed zicht hebt op de velden.





